(uit De Standaard 15/03/07)
Voor het eerst, zo las ik gisteren in de krant, zitten meer dan tienduizend mensen in de Belgische gevangenissen. Terwijl er eigenlijk maar plaats is voor 8311 gedetineerden.
Dat valt best mee, was het enige wat ik hierbij kon denken. De gevangenen zitten dus wat dicht op elkaar. Ik kan niet zeggen dat mijn hart bloedt. Nergens staat geschreven dat een gevangenis ruim moet zitten. Vergis u niet: ik ben niet iemand die van mening is dat onze gevangenissen ‘luxehotels’ zijn. Au contraire. Ik heb namelijk Leuven-Centraal (twee keer), Brugge (twee keer), De Nieuwe Wandeling (zes keer) en Verviers (één keer) vanbinnen gezien en ik geef u op een briefje: u wilt er geen kamer boeken. Aangezien er zich opnieuw een unieke kans aanbiedt om u te vergissen vertel ik er snel bij dat het hier telkens om een heel kort verblijf van enkele uren ging, aangezien ik er op bezoek was met Skyblasters (vijf keer) en Brendan Croker (zes keer) om de gedetineerden wat muzikaal vertier aan te bieden. Mijn strafblad is voorlopig nog altijd even maagdelijk als het triathlonpalmares van Jean-Luc Dehaene, laat hier geen verwarring over bestaan.
Ik heb heel wat geleerd uit die bezoeken. Dat gevangenisbewaarder een erg onderschatte job is bijvoorbeeld. Men moet uit bijzonder hout gesneden zijn om dit werk alle dagen aan te kunnen. De psychische druk is enorm. Het is dan ook in de eerste plaats voor het gevangenispersoneel dat er dringend iets aan de overbevolking moet worden gedaan. Overbevolking zorgt voor stress onder de gedetineerden, wat het werk van de cipiers nog moeilijker maakt dan het al is.
Onze gevangenissen zijn absoluut geen luxehotels. Wie dat durft beweren is volgens mij niet het meest bruisende drankje in de ijskast of het scherpste mes in de lade. Dom, is het woord dat ik zocht. Om dat in te zien hoeft men niet eens een gevangenis te hebben bezocht. Het helpt, maar het hoeft niet. Gevangenissen dienen om de maatschappij te beschermen, niet om zijn gram te halen en wraak te nemen. Jazeker krijgen misdadigers er voedsel, onderdak, werkgelegenheid en occasioneel entertainment. Jazeker mogen misdadigers er sporten en naar de televisie kijken. Het woord dat zich nu naar voren wurmt als was het Margriet Hermans nadat iemand op een Open-VLD congres had gevraagd ‘Wie wil er een bespottelijk voorstel lanceren om de brievenrubriek van Het Laatste Nieuws een extra injectie te geven?’ is: beschaving.
Ik heb uit mijn gevangenisbezoeken namelijk ook geleerd dat vrijheidsberoving, zelfs al is het maar tijdelijk en geheel vrijwillig zoals in mijn geval, een buitengewoon intense invloed op een mens heeft, zeker als je de buitenwereld moet inruilen voor een negentiende-eeuwse bajes als Leuven-Centraal. Reeds na een uur binnen gevangenismuren werd ik telkens overvallen door een merkwaardig en moeilijk te beschrijven gevoel. Alsof iemand plots een klamme dweil over uw leven heeft gedrapeerd, die werd gesopt in wanhoop, depressie, machteloosheid, agressie, opstandigheid en volslagen moedeloosheid. En ik zat er gewoon een uurtje of twee achter de drums.
Daarom bestaat de door velen zo beschimpte Wet Lejeune: hij biedt hoop op een vervroegd verwijderen van de klamme dweil, wat de gedetineerde tot goed gedrag moet aansporen, wat dan weer het werk van de gevangenisbewaarders ietwat verlicht. Er is over nagedacht.
We kunnen gedetineerden bezwaarlijk opnieuw in een tochtige kerker met kettingboeien ondersteboven aan de muur hangen zoals in de Middeleeuwen. Dat was toen trouwens het enige wat men kon verzinnen om een gevangenisverblijf min of meer onaangenamer te maken dan het vrije leven op straat, waar pest en oorlog woedden. Degenen die in de kerker rechtop hingen hadden het prima voor mekaar, toen.
Ik denk niet dat wij, die over een strafblad beschikken dat even blanco is als de bladzij in Luc Appermonts dagboek getiteld ‘Wijven die ik een keer goed heb gepakt op de wijze der bokken’, er op eender welke manier beter van worden als Horion, Dutroux of Saïd Out niét in hun cel naar hun favoriete soap mogen kijken, als Farid Le Fou een pot choco wordt gerefuseerd of als Andràs Pàndy zijn dessert wordt ontzegd.
Wij, in het bezit van een strafblad zo maagdelijk dat alle 72 maagden waar de modale zelfmoordterrorist naar verlangt er een beetje schrik van hebben, zijn ruw geschat met 9.990.000. In België wonen immers, naar beneden afgerond, zo’n 10 miljoen mensen. Tienduizend daarvan zitten dus in de nor. Dat betekent: één op duizend Belgen fought the law and the law won. 0,1 procent. Er zijn ook nog zeshonderd veroordeelden die onder electronisch toezicht staan. Ook hier moest ik denken: die cijfers vallen best mee. Zeker als men ze naast de misdaadverslaggeving in de media legt.
Daar moeten we aan denken als de politiek straks met het voorstel komt om onze gevangenissen te privatiseren zoals in de VS en Groot-Brittannië. Ik gok op een voorstel in die richting van Margriet. (pdw)
vrijdag, maart 16, 2007
dinsdag, maart 13, 2007
CCC- laatste outtake
Een dag voor de finale van de Comedy Casino Cup hadden Alex Agnew en Xander De Rycke afgesproken in Antwerpen. Xander verkoos echter in zijn bed te blijven liggen. Alex werd ge-entertained door de lokale Antwerpse Moppentappersclub en liet zich ook niet onbetuigd.
maandag, maart 05, 2007
vrijdag, maart 02, 2007
Poezij
(uit De Standaard 28/2/07)
Wie of wat heeft er de afgelopen weken zoal one hundred and eightyyyy! gegooid op het dartsboard van mijn gramschap, een century break gemaakt op de snookertafel van mijn knorrigheid en op de bowling green van mijn ontstemdheid zijn wood het dichtst bij de jack gebowld?
Ik heb de afgelopen weken misschien iets te veel ’s nachts naar de BBC zitten kijken, besef ik nu.
Maar niet enkel naar de BBC. De commentaren van de juryleden in Idool 2007 en de verontwaardigde reacties van sommige kijkers erop hebben namelijk in twee opeenvolgende innings een indrukwekkend aantal runs gescoord op het cricketveld mijner humeurigheid.
In een van de eerste uitzendingen werd een jongeman die over een gram zangtalent noch over het reguliere aantal tanden beschikte door jurylid en musicalchanteuse Vera Mann kordaat wandelen gestuurd met de raad ‘als ik u was zou ik een keer naar de tandarts gaan’. Een blinde kon zien – laten we er voor het gemak van uitgaan dat er blinden voor de buis zaten – dat het advies van mevrouw Mann steek hield. Het is natuurlijk waar dat er waarschijnlijk Hell’s Angels bestaan die net dat tikkeltje meer tact aan de dag zouden hebben gelegd, maar toch: haar opmerking hield steek. En een blinde kon zeker horen, en wellicht beter dan wie ook, dat de jongeman zong als een zeehond met een zwakke maag, die zo-even een zevental zwartverbrande spekzwoerden had zitten zwelgen.
(Een ogenblik alstublieft, terwijl ik een verse alliteratiepleister kleef).
Te oordelen naar de reacties van de Vlaamse kijkers in talloze lezersbrieven en commentaren op het Idool-forum en op haar eigen website had mevrouw Mann echter evengoed Nelson Mandela een kopstoot kunnen verkopen onder het briesen van ‘pak aan, vuile nikker!’. Daags nadien bulkte het gastenboek van haar website van de bijzonder giftige commentaren. Waaronder een van iemand die zich ‘Hitler’ noemt en die Vera Mann wou ‘opstoken’. Zeggen dat de reacties enigszins overtrokken zijn is een understatement van het kaliber ‘Pierre Chevalier is nogal een kapoentje’.
Voor de slechte verstaanders: Pierre Chevalier is even ver te vertrouwen als een éénbenige keeper een bowlingbal kan uittrappen.
Mevrouw Mann heeft zich welzeker een beetje aangesteld voor de camera’s – wellicht een sherry’tje teveel tijdens de eerste welverdiende pauze tussen twee would be Whitneys Houston in – maar we moeten nu ook niet reageren alsof ze zich schuldig heeft gemaakt aan, ik noem maar wat: belangenvermenging ten faveure van een louche zakenman die de koperontginning in een door curruptie en burgeroorlog geteisterd Afrikaans land in handen wil houden.
En wat scheelt er in vredesnaam met dat andere opmerkelijke Idool-jurylid Herman Schueremans? Ik zal wel niet de enige zijn die zich bij het aanhoren van ’s mans steevast op rijm gezette oprispingen de vraag stelt: waarom past men Herman zijn medicatie niet aan? Ik ken broeder Herman een heel klein beetje en ik kan enkel gissen wat de eerder zachtmoedige, rustige en soms ietwat wereldvreemde goeie borst die ik altijd in hem heb vermoed, heeft doen veranderen in de ronduit creepy en te streng gecoiffeerde zombie met rijmdwang die in Idool achter de jurytafel zit. Komaan Herman, snap out of it!
Het grappigste wat ik hierover heb gelezen staat op de ‘Block Werchter’-blog, waar de schrijver hoofdschuddend de onberaden poëzij van broeder Herman pareert met: Schuur, uw festival is te duur!
Wat ook een hole-in-one heeft geslagen op het golfterrein van mijn ontevredenheid is de berichtgeving over de 8-jarige Britse jongen die dreigde door de sociale diensten uit zijn gezin te worden gerukt omdat de knaap nu al gevaarlijk corpulent is en zijn moeder er maar niet in slaagt om zijn eetgewoonten te veranderen. Op dag één woog de jongen in alle kranten 88 kg, een dag later was dat in één krant al 90 kg, nog een dag later sprak men van ‘bijna 100 kg’ en gisteren las ik dat hij ondertussen 89 kg weegt. Komaan jongens, ijk die weegschalen! Niemand kan in drie dagen tijd zoveel bijkomen en weer afvallen. Herman zou zeggen: is de schaal niet goed geijkt, ’t is de waarheid die men ontwijkt. (pdw)
Wie of wat heeft er de afgelopen weken zoal one hundred and eightyyyy! gegooid op het dartsboard van mijn gramschap, een century break gemaakt op de snookertafel van mijn knorrigheid en op de bowling green van mijn ontstemdheid zijn wood het dichtst bij de jack gebowld?
Ik heb de afgelopen weken misschien iets te veel ’s nachts naar de BBC zitten kijken, besef ik nu.
Maar niet enkel naar de BBC. De commentaren van de juryleden in Idool 2007 en de verontwaardigde reacties van sommige kijkers erop hebben namelijk in twee opeenvolgende innings een indrukwekkend aantal runs gescoord op het cricketveld mijner humeurigheid.
In een van de eerste uitzendingen werd een jongeman die over een gram zangtalent noch over het reguliere aantal tanden beschikte door jurylid en musicalchanteuse Vera Mann kordaat wandelen gestuurd met de raad ‘als ik u was zou ik een keer naar de tandarts gaan’. Een blinde kon zien – laten we er voor het gemak van uitgaan dat er blinden voor de buis zaten – dat het advies van mevrouw Mann steek hield. Het is natuurlijk waar dat er waarschijnlijk Hell’s Angels bestaan die net dat tikkeltje meer tact aan de dag zouden hebben gelegd, maar toch: haar opmerking hield steek. En een blinde kon zeker horen, en wellicht beter dan wie ook, dat de jongeman zong als een zeehond met een zwakke maag, die zo-even een zevental zwartverbrande spekzwoerden had zitten zwelgen.
(Een ogenblik alstublieft, terwijl ik een verse alliteratiepleister kleef).
Te oordelen naar de reacties van de Vlaamse kijkers in talloze lezersbrieven en commentaren op het Idool-forum en op haar eigen website had mevrouw Mann echter evengoed Nelson Mandela een kopstoot kunnen verkopen onder het briesen van ‘pak aan, vuile nikker!’. Daags nadien bulkte het gastenboek van haar website van de bijzonder giftige commentaren. Waaronder een van iemand die zich ‘Hitler’ noemt en die Vera Mann wou ‘opstoken’. Zeggen dat de reacties enigszins overtrokken zijn is een understatement van het kaliber ‘Pierre Chevalier is nogal een kapoentje’.
Voor de slechte verstaanders: Pierre Chevalier is even ver te vertrouwen als een éénbenige keeper een bowlingbal kan uittrappen.
Mevrouw Mann heeft zich welzeker een beetje aangesteld voor de camera’s – wellicht een sherry’tje teveel tijdens de eerste welverdiende pauze tussen twee would be Whitneys Houston in – maar we moeten nu ook niet reageren alsof ze zich schuldig heeft gemaakt aan, ik noem maar wat: belangenvermenging ten faveure van een louche zakenman die de koperontginning in een door curruptie en burgeroorlog geteisterd Afrikaans land in handen wil houden.
En wat scheelt er in vredesnaam met dat andere opmerkelijke Idool-jurylid Herman Schueremans? Ik zal wel niet de enige zijn die zich bij het aanhoren van ’s mans steevast op rijm gezette oprispingen de vraag stelt: waarom past men Herman zijn medicatie niet aan? Ik ken broeder Herman een heel klein beetje en ik kan enkel gissen wat de eerder zachtmoedige, rustige en soms ietwat wereldvreemde goeie borst die ik altijd in hem heb vermoed, heeft doen veranderen in de ronduit creepy en te streng gecoiffeerde zombie met rijmdwang die in Idool achter de jurytafel zit. Komaan Herman, snap out of it!
Het grappigste wat ik hierover heb gelezen staat op de ‘Block Werchter’-blog, waar de schrijver hoofdschuddend de onberaden poëzij van broeder Herman pareert met: Schuur, uw festival is te duur!
Wat ook een hole-in-one heeft geslagen op het golfterrein van mijn ontevredenheid is de berichtgeving over de 8-jarige Britse jongen die dreigde door de sociale diensten uit zijn gezin te worden gerukt omdat de knaap nu al gevaarlijk corpulent is en zijn moeder er maar niet in slaagt om zijn eetgewoonten te veranderen. Op dag één woog de jongen in alle kranten 88 kg, een dag later was dat in één krant al 90 kg, nog een dag later sprak men van ‘bijna 100 kg’ en gisteren las ik dat hij ondertussen 89 kg weegt. Komaan jongens, ijk die weegschalen! Niemand kan in drie dagen tijd zoveel bijkomen en weer afvallen. Herman zou zeggen: is de schaal niet goed geijkt, ’t is de waarheid die men ontwijkt. (pdw)
dinsdag, februari 27, 2007
dinsdag, februari 20, 2007
maandag, februari 19, 2007
vrijdag, februari 16, 2007
Bekommerd
(De Standaard, 15/2/07)
Geachte heer Leterme, beste Yves, eerwaarde minister-president,
Op de website van De Standaard las ik uw betoog getiteld ‘Geweld eindigt waar respect begint’, waarin u aan het eind iedereen uitnodigt om u te mailen met ideeën en voorstellen ‘tegen blind geweld’. Ik weet niet of u er wat aan hebt, maar ik heb wel een paar tips om uw oproep in een zo breed mogelijke kring gehoor te laten vinden.
Mijn eerste tip is: probeer in uw discours termen als ‘normen’ en ‘waarden’ - ze komen 8 keer voor in uw tekst, de afgeleide ‘normvervaging’ (2 keer) niet meegerekend - zoveel mogelijk te vermijden. Het zijn immers wazige begrippen die door iedereen anders worden ingevuld. Wat ter hoogte van pakweg Lichtervelde of Wervik als normen en waarden gelden, worden ergens anders – laten we voor het gemak mijn werkkamer in Gentbrugge als voorbeeld nemen – misschien wel als betuttelend en een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beschouwd.
Tip twee: probeer zeker ook ‘persoonlijke levenssfeer’ uit uw uiteenzetting te bannen, want voor u het beseft komt iemand anders weer met die sakkerse ‘normen en waarden’ aanzetten.
Tip drie: probeer om dezelfde reden ook het begrip ‘fatsoen’ - het staat 5 keer in uw tekst – uit uw redenering weg te laten, alsook het woord ‘respect’, dat er 6 keer in voorkomt.
Niet dat ik hier wil over door bomen, maar toon mij iemand die met pieus gefronst voorhoofd zijn hoogstpersoonlijke geloofsovertuiging, politieke visie of levenshouding van extra gravitas meent te kunnen voorzien door zijn convicties plechtig als ‘normen en waarden’ voor te stellen en zich daarbij op fatsoen te beroepen en ik zal u iemand aanwijzen die de kluit dreigt te belazeren, en die het verdient om met een klamme soutane of boerka herhaaldelijk op de blote billen te worden geslagen. Niet te hard natuurlijk, blind geweld is nergens voor nodig.
De fundamentalische flurken die zichzelf opblazen bij Westerse doelwitten doen dat namelijk ook. Ze binden semtex rond de buik omdat ze vinden dat de Westerse normen en waarden niet fatsoenlijk zijn.
En geen enkele bevolkingsgroep ter wereld roept vaker en luider om respect dan de Amerikaanse gangsta-rappers. Neem van mij aan, u wil als minister-president niet in één adem met 50 Cent en zijn G-Unit worden genoemd.
Tip vier: wees beknopt en geef niet meer prijs dan noodzakelijk. U zegt in uw oproep het ‘tot uw plicht te rekenen’ het maatschappelijk debat over normvervaging gaande te houden en te ondersteunen. Maar in de krant onderstreept u dat u hier niet in uw functie van minister-president naar voren treedt, zelfs niet als politicus, maar gewoon als ’bekommerd persoon’. Bij dat laatste moest ik op slag denken aan die keer dat u onverwachts de Vlaamse jongeren bezocht op de Wereldjongerendagen in Keulen – dat door de Europese Gemeenschap royaal gesubsidieerde Woodstock van het Vatikaan. U deed toen vreselijk uw best om te ontkennen wat iedereen op slag door had: dat het hier om een gewiekste pr-oefening ging, perfect getimed aan het eind van het politieke reces. Toen u dat voor de voeten werd geworpen sloeg u een toon aan die straatverkopers van Rolex-uurwerken wel eens aanslaan, als men aan de herkomst van hun waar durft te twijfelen. Die toon hoor ik opnieuw in uw opmerking over uw strikt persoonlijke bekommerdheid. U zal mij niet horen beweren dat dit opnieuw een pr-oefening is, of een stuiptrekking om de onfortuinlijke uitspraak van uw partijgenoot Jean-Luc Dehaene, die recentelijk aangaf dat hij ondertussen toch meer voor de sossen is gaan voelen, een beetje te counteren. Ik zeg enkel dat het zo zou kunnen begrepen worden.
U merkt het, ik ben nogal balorig van aard, zeker wanneer het op levensbeschouwelijke kwesties aankomt. Ik ben bijvoorbeeld een van die mensen die het merkwaardig vinden dat de populaire volkskomiek Rik Torfs steevast met ‘professor’ wordt aangesproken. Professor Kerkelijk Recht klinkt mij namelijk hetzelfde in de oren als Hoogleraar in de Sinterklaasologie. Waarmee ik niets wens af te doen aan de vele onmiskenbare kwaliteiten van Rik Torfs – moge zijn pad immer over rozen lopen - als amusant raconteur en kundig quizjuryvoorzitter.
U hebt het in uw tekst ergens over ‘het naïef geloof in de goedheid van de mens’. Ik bespeur een zucht cynisme. Goed zo, daar ben ik blij om. Cynisme is goed, het betekent dat er werd nagedacht. Naïef geloof in de goedheid van de mens is inderdaad onverstandig. Net zoals het naïeve geloof dat de problemen kunnen worden opgelost met een preek.
Uw verder over deze kwesties nadenkende en nogal een beetje bekommerde (pdw
Geachte heer Leterme, beste Yves, eerwaarde minister-president,
Op de website van De Standaard las ik uw betoog getiteld ‘Geweld eindigt waar respect begint’, waarin u aan het eind iedereen uitnodigt om u te mailen met ideeën en voorstellen ‘tegen blind geweld’. Ik weet niet of u er wat aan hebt, maar ik heb wel een paar tips om uw oproep in een zo breed mogelijke kring gehoor te laten vinden.
Mijn eerste tip is: probeer in uw discours termen als ‘normen’ en ‘waarden’ - ze komen 8 keer voor in uw tekst, de afgeleide ‘normvervaging’ (2 keer) niet meegerekend - zoveel mogelijk te vermijden. Het zijn immers wazige begrippen die door iedereen anders worden ingevuld. Wat ter hoogte van pakweg Lichtervelde of Wervik als normen en waarden gelden, worden ergens anders – laten we voor het gemak mijn werkkamer in Gentbrugge als voorbeeld nemen – misschien wel als betuttelend en een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beschouwd.
Tip twee: probeer zeker ook ‘persoonlijke levenssfeer’ uit uw uiteenzetting te bannen, want voor u het beseft komt iemand anders weer met die sakkerse ‘normen en waarden’ aanzetten.
Tip drie: probeer om dezelfde reden ook het begrip ‘fatsoen’ - het staat 5 keer in uw tekst – uit uw redenering weg te laten, alsook het woord ‘respect’, dat er 6 keer in voorkomt.
Niet dat ik hier wil over door bomen, maar toon mij iemand die met pieus gefronst voorhoofd zijn hoogstpersoonlijke geloofsovertuiging, politieke visie of levenshouding van extra gravitas meent te kunnen voorzien door zijn convicties plechtig als ‘normen en waarden’ voor te stellen en zich daarbij op fatsoen te beroepen en ik zal u iemand aanwijzen die de kluit dreigt te belazeren, en die het verdient om met een klamme soutane of boerka herhaaldelijk op de blote billen te worden geslagen. Niet te hard natuurlijk, blind geweld is nergens voor nodig.
De fundamentalische flurken die zichzelf opblazen bij Westerse doelwitten doen dat namelijk ook. Ze binden semtex rond de buik omdat ze vinden dat de Westerse normen en waarden niet fatsoenlijk zijn.
En geen enkele bevolkingsgroep ter wereld roept vaker en luider om respect dan de Amerikaanse gangsta-rappers. Neem van mij aan, u wil als minister-president niet in één adem met 50 Cent en zijn G-Unit worden genoemd.
Tip vier: wees beknopt en geef niet meer prijs dan noodzakelijk. U zegt in uw oproep het ‘tot uw plicht te rekenen’ het maatschappelijk debat over normvervaging gaande te houden en te ondersteunen. Maar in de krant onderstreept u dat u hier niet in uw functie van minister-president naar voren treedt, zelfs niet als politicus, maar gewoon als ’bekommerd persoon’. Bij dat laatste moest ik op slag denken aan die keer dat u onverwachts de Vlaamse jongeren bezocht op de Wereldjongerendagen in Keulen – dat door de Europese Gemeenschap royaal gesubsidieerde Woodstock van het Vatikaan. U deed toen vreselijk uw best om te ontkennen wat iedereen op slag door had: dat het hier om een gewiekste pr-oefening ging, perfect getimed aan het eind van het politieke reces. Toen u dat voor de voeten werd geworpen sloeg u een toon aan die straatverkopers van Rolex-uurwerken wel eens aanslaan, als men aan de herkomst van hun waar durft te twijfelen. Die toon hoor ik opnieuw in uw opmerking over uw strikt persoonlijke bekommerdheid. U zal mij niet horen beweren dat dit opnieuw een pr-oefening is, of een stuiptrekking om de onfortuinlijke uitspraak van uw partijgenoot Jean-Luc Dehaene, die recentelijk aangaf dat hij ondertussen toch meer voor de sossen is gaan voelen, een beetje te counteren. Ik zeg enkel dat het zo zou kunnen begrepen worden.
U merkt het, ik ben nogal balorig van aard, zeker wanneer het op levensbeschouwelijke kwesties aankomt. Ik ben bijvoorbeeld een van die mensen die het merkwaardig vinden dat de populaire volkskomiek Rik Torfs steevast met ‘professor’ wordt aangesproken. Professor Kerkelijk Recht klinkt mij namelijk hetzelfde in de oren als Hoogleraar in de Sinterklaasologie. Waarmee ik niets wens af te doen aan de vele onmiskenbare kwaliteiten van Rik Torfs – moge zijn pad immer over rozen lopen - als amusant raconteur en kundig quizjuryvoorzitter.
U hebt het in uw tekst ergens over ‘het naïef geloof in de goedheid van de mens’. Ik bespeur een zucht cynisme. Goed zo, daar ben ik blij om. Cynisme is goed, het betekent dat er werd nagedacht. Naïef geloof in de goedheid van de mens is inderdaad onverstandig. Net zoals het naïeve geloof dat de problemen kunnen worden opgelost met een preek.
Uw verder over deze kwesties nadenkende en nogal een beetje bekommerde (pdw
dinsdag, februari 13, 2007
maandag, februari 12, 2007
donderdag, februari 08, 2007
Make it funky!
Adriaan maakt het funky tijdens de opnamen voor de begingeneriek van Comedy Casino Cup. Let op zijn korte moonwalk-ette.
zaterdag, februari 03, 2007
In Transit
(Uit De Standaard 1/02)
Wat heeft er de afgelopen dagen zoal op mijn stemming gewogen als een aambeeld op een aardbeientaart?
Om niet al te zwaar op de hand te beginnen: een mensensoort die met een roestige lepel de oogballen moest worden uitgestoken zijn sportjournalisten die na een hele uiteenzetting over de jongste ontwikkelingen in het dopingschandaal rond Lefevere, afsluiten met: ‘...en nu het échte sportnieuws...’. Dan hebben ze eindelijk een keer iets interessant te melden in plaats van oeverloos gezwam over een of ander niet naar behoren functionerend gewricht van Clijsters of Henin, en dan doen ze alsof het geen ‘echt’ sportnieuws is. Wat moet er eigenlijk gebeuren vooraleer de sportredactie de uitslag van Olivier Rochus in de eerste ronde op een Noors tennistornooi als volslagen triviaal gaat beschouwen zoals de rest van de bevolking? Moeten er soms Terminators op het veld komen?
‘De wedstrijd La Louvière- AA Gent werd in de 72e minuut stilgelegd nadat drie robotwezens uit de toekomst de scheidsrechter en vier AA-Gentspelers zonder boe of ba in tweeën hebben gemitrailleerd...het is al het twaalfde Terminator-incident dit seizoen....en nu het échte sportnieuws’
Een tweede fenomeen waarbij ik onlangs zat te denken: de verantwoordelijken moesten door een span wilde paarden over hobbelige kasseien worden gesleept waarna de honden er zullen worden op losgelaten, is het verschijnsel der reclame-eufemismen. Een of andere yoghurtfabrikant heeft namelijk beslist dat we niet meer kakken, we geen stoelgang meer hebben, we niet langer ons gevoeg doen, we ons niet langer ontlasten. Neen, we hebben nu een ‘darmtransit’. Zal ik eens een dysfemisme bovenhalen? Loop schijten met uw yoghurt.
Een derde verschijnsel dat de afgelopen dagen een ezelsoor heeft achtergelaten op de bladzij mijner humeur heeft ook met de mismeestering van onze taal te maken. Gisteren hoorde ik op de radio een reportage over het einde van de koopjesperiode. Niet alleen is een reportage over afprijsbakken en hoeveel onverkochte kledingstukken er zich nog in bevinden even nuttig als een biljart in een bakkerij, er werd ook een woordvoerder van een winkelketen geïnterviewd die het de hele tijd over ‘de verkoopsoppervlakte’ had terwijl ze gewoon ‘de winkel’ bedoelde. Ik zat niet bepaald aan mijn zitoppervlakte genageld.
Een vierde hondendrol die deze week op het trottoir mijner gemoed werd achtergelaten is een krantenfoto van het zogeheten Ashurafeest waarop een naar schatting 9-jarig jongetje te zien is, een Sjiet, die de ‘Tatbir’ uitvoert door met een zwaard een snee te maken in zijn hoofdhuid. Boos, bitter en vooral bebloed kijkt hij in de lens. Ik kon enkel denken: jij moest achter een Playstation zitten, snotneus. In plaats van met een zwaard in de hand, een jaap in het hoofd en een in bloed gedrenkt wit kleed om de bast kwaad naar een Westerse fotograaf te kijken.

Religieuze hysterie kan nochtans ook geestig zijn. Zo las ik deze week ook de merkwaardige krantenkop ‘Bijna 400 mensen zien Maria verschijnen’. Bleek het uiteindelijk niet over collectieve hysterie te gaan maar over 400 mensen die de afgelopen eeuw meenden Maria te hebben gezien. Dat zijn gemiddeld vier zotten per jaar, daar kan ik best mee leven.
Ik herinner me dat kardinaal Danneels ooit in een televisieprogramma op Canvas zei: een mens zonder geloof is zoals een diamant die nooit door de zon is beschenen. Mag ik toch aanstippen dat a) nogal wat ‘diamanten’ blijkbaar slecht tegen de zon kunnen en vooral b) dat de zon, in tegenstelling tot (vul hier een god naar keuze in) daadwerkelijk bestààt, dat we ze kunnen zien wanneer ze ons beschijnt.
Meestal gaat religieuze hysterie over heiligenbeelden die huilen. Dat de sinten zich in dit tranendal manifesteren middels liquide die uit een plaasteren beeltenis vloeit, valt me een beetje tegen. Dat kan veel spectaculairder. Nooit hoort men bijvoorbeeld van een heiligenbeeld dat staat te niezen. Dààr zou ik nochtans ook naar gaan kijken. De godzegene u!-s zouden niet uit de lucht zijn.
En waarom is het trouwens altijd Maria die de afgelopen honderd jaar zo’n 400 keer is moeten opdraven? Nooit haar zoon om wie het tenslotte allemaal te doen is. Merkwaardig is ook: ze verschijnt nooit in Darfour, de Gazastrook of Tchetchenië. Zoals UFO’s nooit op de Gentse Koornmarkt landen of boven Times Square zweven. Neen, Maria verschijnt altijd in een grot en UFO’s altijd boven een onverlicht, afgelegen waterreservoir of in een veld ergens diep in de Amerikaanse midwest, waar de bewoners nog maar sinds drie generaties duimen hebben.
De Nederlandse Radboud Universiteit te Nijmegen houdt deze week een congres over Mariadevotie. Misschien ga ik er naartoe.
De aankondiging op hun website maakt gewag van ‘een combinatie van wetenschap en zingeving’. U wenst zingeving? Ik zal u een zin geven: ik krijg de vliegende darmtransiterij van al die nonsens. (pdw)
Wat heeft er de afgelopen dagen zoal op mijn stemming gewogen als een aambeeld op een aardbeientaart?
Om niet al te zwaar op de hand te beginnen: een mensensoort die met een roestige lepel de oogballen moest worden uitgestoken zijn sportjournalisten die na een hele uiteenzetting over de jongste ontwikkelingen in het dopingschandaal rond Lefevere, afsluiten met: ‘...en nu het échte sportnieuws...’. Dan hebben ze eindelijk een keer iets interessant te melden in plaats van oeverloos gezwam over een of ander niet naar behoren functionerend gewricht van Clijsters of Henin, en dan doen ze alsof het geen ‘echt’ sportnieuws is. Wat moet er eigenlijk gebeuren vooraleer de sportredactie de uitslag van Olivier Rochus in de eerste ronde op een Noors tennistornooi als volslagen triviaal gaat beschouwen zoals de rest van de bevolking? Moeten er soms Terminators op het veld komen?
‘De wedstrijd La Louvière- AA Gent werd in de 72e minuut stilgelegd nadat drie robotwezens uit de toekomst de scheidsrechter en vier AA-Gentspelers zonder boe of ba in tweeën hebben gemitrailleerd...het is al het twaalfde Terminator-incident dit seizoen....en nu het échte sportnieuws’
Een tweede fenomeen waarbij ik onlangs zat te denken: de verantwoordelijken moesten door een span wilde paarden over hobbelige kasseien worden gesleept waarna de honden er zullen worden op losgelaten, is het verschijnsel der reclame-eufemismen. Een of andere yoghurtfabrikant heeft namelijk beslist dat we niet meer kakken, we geen stoelgang meer hebben, we niet langer ons gevoeg doen, we ons niet langer ontlasten. Neen, we hebben nu een ‘darmtransit’. Zal ik eens een dysfemisme bovenhalen? Loop schijten met uw yoghurt.
Een derde verschijnsel dat de afgelopen dagen een ezelsoor heeft achtergelaten op de bladzij mijner humeur heeft ook met de mismeestering van onze taal te maken. Gisteren hoorde ik op de radio een reportage over het einde van de koopjesperiode. Niet alleen is een reportage over afprijsbakken en hoeveel onverkochte kledingstukken er zich nog in bevinden even nuttig als een biljart in een bakkerij, er werd ook een woordvoerder van een winkelketen geïnterviewd die het de hele tijd over ‘de verkoopsoppervlakte’ had terwijl ze gewoon ‘de winkel’ bedoelde. Ik zat niet bepaald aan mijn zitoppervlakte genageld.
Een vierde hondendrol die deze week op het trottoir mijner gemoed werd achtergelaten is een krantenfoto van het zogeheten Ashurafeest waarop een naar schatting 9-jarig jongetje te zien is, een Sjiet, die de ‘Tatbir’ uitvoert door met een zwaard een snee te maken in zijn hoofdhuid. Boos, bitter en vooral bebloed kijkt hij in de lens. Ik kon enkel denken: jij moest achter een Playstation zitten, snotneus. In plaats van met een zwaard in de hand, een jaap in het hoofd en een in bloed gedrenkt wit kleed om de bast kwaad naar een Westerse fotograaf te kijken.

Religieuze hysterie kan nochtans ook geestig zijn. Zo las ik deze week ook de merkwaardige krantenkop ‘Bijna 400 mensen zien Maria verschijnen’. Bleek het uiteindelijk niet over collectieve hysterie te gaan maar over 400 mensen die de afgelopen eeuw meenden Maria te hebben gezien. Dat zijn gemiddeld vier zotten per jaar, daar kan ik best mee leven.
Ik herinner me dat kardinaal Danneels ooit in een televisieprogramma op Canvas zei: een mens zonder geloof is zoals een diamant die nooit door de zon is beschenen. Mag ik toch aanstippen dat a) nogal wat ‘diamanten’ blijkbaar slecht tegen de zon kunnen en vooral b) dat de zon, in tegenstelling tot (vul hier een god naar keuze in) daadwerkelijk bestààt, dat we ze kunnen zien wanneer ze ons beschijnt.
Meestal gaat religieuze hysterie over heiligenbeelden die huilen. Dat de sinten zich in dit tranendal manifesteren middels liquide die uit een plaasteren beeltenis vloeit, valt me een beetje tegen. Dat kan veel spectaculairder. Nooit hoort men bijvoorbeeld van een heiligenbeeld dat staat te niezen. Dààr zou ik nochtans ook naar gaan kijken. De godzegene u!-s zouden niet uit de lucht zijn.
En waarom is het trouwens altijd Maria die de afgelopen honderd jaar zo’n 400 keer is moeten opdraven? Nooit haar zoon om wie het tenslotte allemaal te doen is. Merkwaardig is ook: ze verschijnt nooit in Darfour, de Gazastrook of Tchetchenië. Zoals UFO’s nooit op de Gentse Koornmarkt landen of boven Times Square zweven. Neen, Maria verschijnt altijd in een grot en UFO’s altijd boven een onverlicht, afgelegen waterreservoir of in een veld ergens diep in de Amerikaanse midwest, waar de bewoners nog maar sinds drie generaties duimen hebben.
De Nederlandse Radboud Universiteit te Nijmegen houdt deze week een congres over Mariadevotie. Misschien ga ik er naartoe.
De aankondiging op hun website maakt gewag van ‘een combinatie van wetenschap en zingeving’. U wenst zingeving? Ik zal u een zin geven: ik krijg de vliegende darmtransiterij van al die nonsens. (pdw)
woensdag, januari 31, 2007
Comedy Casino Cup
Op 9 februari start op Canvas de Comedy Casino Cup. Hier alvast een voorsmaakje.
maandag, januari 22, 2007
Carlos Mencia
Onlangs deze Mexicaanse stand up comedian leren kennen: Carlos Mencia. Très funny.
vrijdag, januari 19, 2007
GRRRR.....
(Uit De Standaard 18/1/07)
Een vers seizoen en dus tijd voor een verse lijst met mensen en dingen die voor mijn humeur doen wat de duif voor het standbeeld, Dedecker voor de politiek, de kerst voor de kalkoen en een abusievelijk omgestoten chocomelk voor een wit hemd doet.
Om te beginnen: de veelvuldig gebruikte maar ietwat ambiguë omschrijving ‘een grote madam’, een uitdrukking waarmee de modale Vlaming graag zijn bewondering voor een coryfee van de vrouwelijke kunne mag uitspreken. Van Dale, onze àllertrouwste vriend als het over taalkwesties gaat, is nochtans formeel:
‘Ma·dam’: (de ~ (v.), ~men/~s)
- [pej.] vrouw die men niet voor vol aanziet
- bordeelhoudster
‘Martine Tanghe is een grote madam’ is dus absoluut geen compliment. Dat zal Martine, grande dame van het Journaal en part time hoedster onzer moedertaal, zeker en vast beamen. Vandaar wellicht dat de feeksige frase ‘X is een grote madam’ vooral in de mond wordt genomen door jonge vrouwen die in de media bedrijvig zijn, specifiek wanneer hun mening wordt gevraagd over een populaire seksegenote die het weliswaar helemaal gemaakt heeft in haar branche maar aan de andere kant - haha! - geen seksuele competitie van betekenis meer kan bieden. Wie goed luistert hoort er daarom zowel de ‘grrrrrr...’ van de klauwende kattin als de ‘oh....’ der professionele bewondering in.
Een tweede fenomeen dat op het hagelwitte ondergoed mijner hum een remspoor heeft achtergelaten is de mediaheisa rond ‘Emma’, de nieuwe soap die in sommige milieus beter bekend staat als ‘Spring voor volwassenen’ en die ons wordt aangereikt dankzij de bijzondere medewerking van het Europees Sociaal Fonds en de Vlaamse Overheid, met als voornaamste bedoeling om ook ter hoogte van Vlaanderen enige glans te verlenen aan het Europees Jaar van de Gelijke Kansen Voor Iedereen. Een andere reden bedenken voor het vier keer per week uitzenden van ‘Emma’ is – probeert u het maar - moeilijk. Het gelijke-kansen-voor-iedereen principe is er heel consequent in doorgetrokken: kennelijk heeft iederéén aan het scenario mogen meewerken, ook de cateringhulp. Daar staat ‘Emma’ overigens niet alleen in. Soaps, ook als ze niet door het Europees Sociaal Fonds en de Vlaamse Overheid zijn beademd, pakken meestal uit met evenveel sociale esprit en psychologische grandezza als de drumroadie bij Motörhead.
Jazeker probeer ik met ‘grandezza’ en ‘esprit’ bij Martine Tanghe in het gevlei te komen maar waar bemoeit u zich mee?
Opvallender aan ‘Emma’ is: zo te zien heeft iedereen ook zijn zegje in de styling gehad, inclusief de Poolse poetsvrouw. Vandaar wellicht dat Karel Deruwe een valse snor draagt die de vergelijking met een aan anorexia ten prooi gevallen zijderups kan doorstaan. Karel laat zich trouwens niet van zijn stuk brengen en draagt zijn snorretje alsof het een onderscheiding van de Franse regering is. Het is opmerkelijk dat het vooral in de afdeling hoofd- en gezichtsbegroeiing is dat de ‘Emma’-stylisten meer steken laten vallen dan een eenarmige kandidaat tijdens het WK Breien. Neem nu het personage dat wordt vertolkt door de sympathieke en populaire omroepster Andrea Croonenberghs. Andrea werd aangezocht om gestalte te geven aan een bitch annex tv-presentatrice genaamd Myra Renard. Sowieso al een hachelijke onderneming voor Andrea - van nature is ze immers géén bitch, integendeel, vaak hoorde ik haar omschrijven als een bijzonder grote madam – maar ze wordt nog eens extra gehinderd door een opvallende coiffure. Ik ben vast niet de enige die, telkens als Myra in beeld verschijnt, aan goeie ouwe Jimmy B moet denken. Ook een bitch natuurlijk, maar toch. Het moet niet meevallen om een bikkelharde tante te moeten neerzetten met een haartooi die laat vermoeden dat iemand zo-even Garfield vanop grote hoogte op uw kanus heeft laten vallen.
Het derde en laatste verschijnsel – we moeten opschieten, de deadline belt ongeduldig aan, als betrof het een Getuige van Jehova die zijn laatste trein nog hoopt te halen – dat mijn stemming ongunstig beïnvloedt is het wezen genaamd Kathleen Van Brempt. Niet alleen is La Brempt rechtstreeks verantwoordelijk voor ‘Emma’, ze maakt zich ook publiekelijk druk over het nieuwe directiecollege van de VRT en het manco aan vrouwelijke leden daarin in het bijzonder. Men hoort er overduidelijkheid de ‘grrr...’ van de klauwende kattin in. Waar is Garfield als je hem nodig hebt? (pdw)
Een vers seizoen en dus tijd voor een verse lijst met mensen en dingen die voor mijn humeur doen wat de duif voor het standbeeld, Dedecker voor de politiek, de kerst voor de kalkoen en een abusievelijk omgestoten chocomelk voor een wit hemd doet.
Om te beginnen: de veelvuldig gebruikte maar ietwat ambiguë omschrijving ‘een grote madam’, een uitdrukking waarmee de modale Vlaming graag zijn bewondering voor een coryfee van de vrouwelijke kunne mag uitspreken. Van Dale, onze àllertrouwste vriend als het over taalkwesties gaat, is nochtans formeel:
‘Ma·dam’: (de ~ (v.), ~men/~s)
- [pej.] vrouw die men niet voor vol aanziet
- bordeelhoudster
‘Martine Tanghe is een grote madam’ is dus absoluut geen compliment. Dat zal Martine, grande dame van het Journaal en part time hoedster onzer moedertaal, zeker en vast beamen. Vandaar wellicht dat de feeksige frase ‘X is een grote madam’ vooral in de mond wordt genomen door jonge vrouwen die in de media bedrijvig zijn, specifiek wanneer hun mening wordt gevraagd over een populaire seksegenote die het weliswaar helemaal gemaakt heeft in haar branche maar aan de andere kant - haha! - geen seksuele competitie van betekenis meer kan bieden. Wie goed luistert hoort er daarom zowel de ‘grrrrrr...’ van de klauwende kattin als de ‘oh....’ der professionele bewondering in.
Een tweede fenomeen dat op het hagelwitte ondergoed mijner hum een remspoor heeft achtergelaten is de mediaheisa rond ‘Emma’, de nieuwe soap die in sommige milieus beter bekend staat als ‘Spring voor volwassenen’ en die ons wordt aangereikt dankzij de bijzondere medewerking van het Europees Sociaal Fonds en de Vlaamse Overheid, met als voornaamste bedoeling om ook ter hoogte van Vlaanderen enige glans te verlenen aan het Europees Jaar van de Gelijke Kansen Voor Iedereen. Een andere reden bedenken voor het vier keer per week uitzenden van ‘Emma’ is – probeert u het maar - moeilijk. Het gelijke-kansen-voor-iedereen principe is er heel consequent in doorgetrokken: kennelijk heeft iederéén aan het scenario mogen meewerken, ook de cateringhulp. Daar staat ‘Emma’ overigens niet alleen in. Soaps, ook als ze niet door het Europees Sociaal Fonds en de Vlaamse Overheid zijn beademd, pakken meestal uit met evenveel sociale esprit en psychologische grandezza als de drumroadie bij Motörhead.
Jazeker probeer ik met ‘grandezza’ en ‘esprit’ bij Martine Tanghe in het gevlei te komen maar waar bemoeit u zich mee?
Opvallender aan ‘Emma’ is: zo te zien heeft iedereen ook zijn zegje in de styling gehad, inclusief de Poolse poetsvrouw. Vandaar wellicht dat Karel Deruwe een valse snor draagt die de vergelijking met een aan anorexia ten prooi gevallen zijderups kan doorstaan. Karel laat zich trouwens niet van zijn stuk brengen en draagt zijn snorretje alsof het een onderscheiding van de Franse regering is. Het is opmerkelijk dat het vooral in de afdeling hoofd- en gezichtsbegroeiing is dat de ‘Emma’-stylisten meer steken laten vallen dan een eenarmige kandidaat tijdens het WK Breien. Neem nu het personage dat wordt vertolkt door de sympathieke en populaire omroepster Andrea Croonenberghs. Andrea werd aangezocht om gestalte te geven aan een bitch annex tv-presentatrice genaamd Myra Renard. Sowieso al een hachelijke onderneming voor Andrea - van nature is ze immers géén bitch, integendeel, vaak hoorde ik haar omschrijven als een bijzonder grote madam – maar ze wordt nog eens extra gehinderd door een opvallende coiffure. Ik ben vast niet de enige die, telkens als Myra in beeld verschijnt, aan goeie ouwe Jimmy B moet denken. Ook een bitch natuurlijk, maar toch. Het moet niet meevallen om een bikkelharde tante te moeten neerzetten met een haartooi die laat vermoeden dat iemand zo-even Garfield vanop grote hoogte op uw kanus heeft laten vallen.
Het derde en laatste verschijnsel – we moeten opschieten, de deadline belt ongeduldig aan, als betrof het een Getuige van Jehova die zijn laatste trein nog hoopt te halen – dat mijn stemming ongunstig beïnvloedt is het wezen genaamd Kathleen Van Brempt. Niet alleen is La Brempt rechtstreeks verantwoordelijk voor ‘Emma’, ze maakt zich ook publiekelijk druk over het nieuwe directiecollege van de VRT en het manco aan vrouwelijke leden daarin in het bijzonder. Men hoort er overduidelijkheid de ‘grrr...’ van de klauwende kattin in. Waar is Garfield als je hem nodig hebt? (pdw)
Abonneren op:
Posts (Atom)
