Twee fragmenten uit 'The genius of Charles Darwin', een documentaire reeks die Richard Dawkins vanaf maandag op Channel 4 presenteert....
zaterdag, augustus 02, 2008
maandag, juni 23, 2008
RIP George Carlin
George Carlin is op 71-jarige leeftijd aan een hartstilstand bezweken. +?*%!°!!!
vrijdag, juni 20, 2008
donderdag, mei 29, 2008
LIJST
Uit DS 29/05/08
De maand is zo goed als om, dus is het weer de hoogste tijd voor een lijst met mensen en dingen die mijn humeur beïnvloeden zoals een aambeeld de zeewaardigheid van een eenmansrubberbootje.
Om te beginnen: al die cultuursnobs die zich dezer dagen laatdunkend menen te moeten uitlaten over de in onze contreien nog maar pas ontluikende, moeilijke, maar schone discipline genaamd stand up comedy. Meestal moeten ze worden gesitueerd in de wereld van het teejàààter.
'De frustratie dat ze het niet in het grote theater hebben kunnen maken, druipt van die jongens af...', werd onlangs opgetekend uit de mond van zo'n in zijn eigen navel residerende connaisseur, 'ook van al die Engelsen en Amerikanen trouwens' voegde hij er flinks aan toe.
Klinkt als een klassiek geschoolde muzikant die neerbuigend, euh... neerkijkt op rock-'n-roll.
Ik moest onmiddellijk denken aan BB King, die ooit door een interviewer werd gevraagd of de blues eigenlijk wel thuis horen in Las Vegas, waarop King: 'Don't you ever insult the blues again, boy!'. Ik moest ook denken aan Chris Rock, die momenteel aan een uitverkochte Britse tournee bezig is en afgelopen weekend in Londen optrad - 'Barack Obama is so cool, he doesn't even know he's black' - en bijna twee uur lang 17.000 mensen entertainde met enkel bruisende, brutaal geformuleerde bedenkingen.
Ik meen daarom dat het eerder geheel omgekeerd is, wat die frustratie betreft. Al die would be Laurence Oliviers en Samuel Becketts die hooghartig hun neus ophalen voor stand up comedy hebben er gewoon de smoor in omdat bijvoorbeeld een voormalige werknemer van de Colruyt - zonder ooit maar zelfs langs de gevel van het Herman Teirlinck Instituut te zijn gepasseerd - één jaar na zijn passage in de Comedy Casino Cup op Canvas met gemak de Arenberschouwburg uitverkoopt én het dak eraf speelt. Niet met 'een voorstelling', 'een stuk', 'een conférence', 'een verhaal' of 'een monoloog'. Nee, met pure stand up, lees: een microfoon, wat grappen en stalen testikels, niets meer. Als jonge honden happen stand up comedians dezer dagen naar de bleke kuiten der theatersnobs zoals de punkers destijds naar die van de progrockers. Zet mij op een onbewoond eiland en vraag mij: 'wie wil u als enig gezelschap, Nigel Williams of Jan De Corte?' en ik zal u demonstreren hoe men met één hand iemand in de branding kan verzuipen. Daarna deel ik een kokosnoot met Nigel.
Ten tweede: de menopauze. 'Nuff said.
Ten derde: kan men blonder zijn dan de professionele François Sterchele-weduwen Joke Van de Velde en Rachel Licata? Publiekelijk kibbelen over een lijk getuigt van weinig savoir vivre, dames. Zelfs in de internationale gierengemeenschap wordt er niet zelden met gefronste wenkbrauwen naar gekeken.
Ten vierde: wie er ook allemaal verantwoordelijk is voor het vorstelijk met paranormale stierenstront ingesmeerde VTM-programma genaamd 'Het Zesde Zintuig', ze moesten suppositoirgewijs een kilo of zes Jona Golds toegediend krijgen. Nee, maak daarvan: ze moesten worden gedwongen om te bunjeespringen met stalen kabels. Paragnosten zijn immers ofwel lapzwanzen die alle realiteitszin hebben verloren en daadwerkelijk geloven dat ze bovennatuurlijke gaven bezitten of het zijn gevaarlijke charlatans die bewust de kluit belazeren om goedgelovige lieden uit te schudden. Wie een beetje nadenkt komt snel tot de conclusie: als er inderdaad met gene zijde kon worden gecommuniceerd had iemand al lang aan Sterchele gevraagd hoe we die twee troela's het zwijgen kunnen opleggen.
Ten vijfde en enigszins in dezelfde sfeer: osteopaten. Al verkies ik de meer toepasselijke term 'kinesisten met kapsones', met 'kwakzalvers' op een sterke tweede plaats. 'De osteopaten dagen de staat voor de rechter om erkenning voor hun beroep af te dwingen. Negen jaar geleden is die erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar er zijn nog altijd geen uitvoeringsbesluiten voor de wet...', aldus Johan Janssens eergisteren in het ochtendjournaal op Radio 1.
Hebben al die boze osteopaten er al bij stil gestaan dat er misschien een reden is voor het zo lang uitblijven van die beroepserkenning? Misschien -ik denk maar hardop hoor - omdat na negen jaar nog altijd niet wetenschappelijk kan worden aangetoond dat osteopaten meer zijn dan megalomane masseurs?
Mogen zij zichzelf onophoudelijk op 'rectale touchés' trakteren.
(pdw)
De maand is zo goed als om, dus is het weer de hoogste tijd voor een lijst met mensen en dingen die mijn humeur beïnvloeden zoals een aambeeld de zeewaardigheid van een eenmansrubberbootje.
Om te beginnen: al die cultuursnobs die zich dezer dagen laatdunkend menen te moeten uitlaten over de in onze contreien nog maar pas ontluikende, moeilijke, maar schone discipline genaamd stand up comedy. Meestal moeten ze worden gesitueerd in de wereld van het teejàààter.
'De frustratie dat ze het niet in het grote theater hebben kunnen maken, druipt van die jongens af...', werd onlangs opgetekend uit de mond van zo'n in zijn eigen navel residerende connaisseur, 'ook van al die Engelsen en Amerikanen trouwens' voegde hij er flinks aan toe.
Klinkt als een klassiek geschoolde muzikant die neerbuigend, euh... neerkijkt op rock-'n-roll.
Ik moest onmiddellijk denken aan BB King, die ooit door een interviewer werd gevraagd of de blues eigenlijk wel thuis horen in Las Vegas, waarop King: 'Don't you ever insult the blues again, boy!'. Ik moest ook denken aan Chris Rock, die momenteel aan een uitverkochte Britse tournee bezig is en afgelopen weekend in Londen optrad - 'Barack Obama is so cool, he doesn't even know he's black' - en bijna twee uur lang 17.000 mensen entertainde met enkel bruisende, brutaal geformuleerde bedenkingen.
Ik meen daarom dat het eerder geheel omgekeerd is, wat die frustratie betreft. Al die would be Laurence Oliviers en Samuel Becketts die hooghartig hun neus ophalen voor stand up comedy hebben er gewoon de smoor in omdat bijvoorbeeld een voormalige werknemer van de Colruyt - zonder ooit maar zelfs langs de gevel van het Herman Teirlinck Instituut te zijn gepasseerd - één jaar na zijn passage in de Comedy Casino Cup op Canvas met gemak de Arenberschouwburg uitverkoopt én het dak eraf speelt. Niet met 'een voorstelling', 'een stuk', 'een conférence', 'een verhaal' of 'een monoloog'. Nee, met pure stand up, lees: een microfoon, wat grappen en stalen testikels, niets meer. Als jonge honden happen stand up comedians dezer dagen naar de bleke kuiten der theatersnobs zoals de punkers destijds naar die van de progrockers. Zet mij op een onbewoond eiland en vraag mij: 'wie wil u als enig gezelschap, Nigel Williams of Jan De Corte?' en ik zal u demonstreren hoe men met één hand iemand in de branding kan verzuipen. Daarna deel ik een kokosnoot met Nigel.
Ten tweede: de menopauze. 'Nuff said.
Ten derde: kan men blonder zijn dan de professionele François Sterchele-weduwen Joke Van de Velde en Rachel Licata? Publiekelijk kibbelen over een lijk getuigt van weinig savoir vivre, dames. Zelfs in de internationale gierengemeenschap wordt er niet zelden met gefronste wenkbrauwen naar gekeken.
Ten vierde: wie er ook allemaal verantwoordelijk is voor het vorstelijk met paranormale stierenstront ingesmeerde VTM-programma genaamd 'Het Zesde Zintuig', ze moesten suppositoirgewijs een kilo of zes Jona Golds toegediend krijgen. Nee, maak daarvan: ze moesten worden gedwongen om te bunjeespringen met stalen kabels. Paragnosten zijn immers ofwel lapzwanzen die alle realiteitszin hebben verloren en daadwerkelijk geloven dat ze bovennatuurlijke gaven bezitten of het zijn gevaarlijke charlatans die bewust de kluit belazeren om goedgelovige lieden uit te schudden. Wie een beetje nadenkt komt snel tot de conclusie: als er inderdaad met gene zijde kon worden gecommuniceerd had iemand al lang aan Sterchele gevraagd hoe we die twee troela's het zwijgen kunnen opleggen.
Ten vijfde en enigszins in dezelfde sfeer: osteopaten. Al verkies ik de meer toepasselijke term 'kinesisten met kapsones', met 'kwakzalvers' op een sterke tweede plaats. 'De osteopaten dagen de staat voor de rechter om erkenning voor hun beroep af te dwingen. Negen jaar geleden is die erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar er zijn nog altijd geen uitvoeringsbesluiten voor de wet...', aldus Johan Janssens eergisteren in het ochtendjournaal op Radio 1.
Hebben al die boze osteopaten er al bij stil gestaan dat er misschien een reden is voor het zo lang uitblijven van die beroepserkenning? Misschien -ik denk maar hardop hoor - omdat na negen jaar nog altijd niet wetenschappelijk kan worden aangetoond dat osteopaten meer zijn dan megalomane masseurs?
Mogen zij zichzelf onophoudelijk op 'rectale touchés' trakteren.
(pdw)
woensdag, mei 28, 2008
vrijdag, mei 02, 2008
FLOR
Laat ik beginnen met te onderstrepen dat ik nooit positief heb geblazen bij een alcoholcontrole. Laat ik deze zelfgenoegzame mededeling onmiddellijk counteren door deemoedig te bekennen dat ik wel eensmet een te hoog en dus onwettig promille in het bloed achter het stuur durf plaats te nemen. Chauffeurs die dat nog nooit hebben gedaan zijn geheelonthouders, punt. Zijn het geen geheelonthouders en houden ze desondanks vol dat ze steevast bloednuchter met de auto rijden dan zijn het leugenaars, of ze horen tot die zeldzame mensensoort die nooit roddelt, nooit in het zwembad plast en die bij het surfen ook enkel ‘per ongeluk’ op een pornosite terechtkomt. Beweer ik hier dat in wettelijke staat van dronkenschap met de auto rijden ok is omdat blijkt dat iederéén het wel eens doet? Neen. Ik beweer enkel precies dat: iedereen doet het af en toe, ofschoon het onverdedigbaar is.
En net zoals zovele schuldige landgenoten verdedig ik mijn volstrekt onverdedigbare gedrag met hetzelfde slappe cliché dat ook door snelheidsovertreders wordt gebruikt, in de woorden van Dustin Hoffman in ‘Rain Man’: of course I’m a good driver. Ik verplaats mij ondertussen al 32 jaar bijna dagelijks middels de automobiel en kan al autorijden sinds mijn zestiende. Geleerd in Zweden, in een week tijd, met een Landrover. Ik bespaar u het hele verhaal. Waar wil je feitelijk naartoe (pdw)?, hoor ik u ongeduldig vragen. Naar Australië, liefst voor een avontuurlijke motorfietstocht met een kameraad of twee waar ik dan een artikelenreeks en bij uitbreiding een boek kan over schrijven of een televisieprogramma kan over maken. Maar dat is, neem ik aan, niet wat u bedoelt.
Nee, ik wil hier een lans breken voor goeie ouwe Flor Koninckx, tot voor kort hét boegbeeld van de verkeersveiligheid in Vlaanderen. Thans verguisd, uit zijn functie van verkeerswoordvoerder van de SP-A ontheven en al dagen lang het mikpunt van bittere spot en hatelijke oprispingen op allerlei internetforums en in lezersbrieven naar de kranten. Flor is bij een alcoholcontrole betrapt met een neutje teveel op. Drukpersen overal in Vlaanderen werden gestopt voor een brandnieuwe kop: ‘EXCLUSIEF: Flor Niet Heiliger Dan Paus!’ Hij had evengoed tijdens een audiëntie op het Vatikaan aan diezelfde paus kunnen vragen ‘trek eens aan mijn vinger...’, zo verontwaardigd werd er gereageerd.
Uiteraard zou ik er minder licht overgaan indien ik bij een verkeersongeval met een dronken chauffeur ooit een dierbare had verloren. Een dergelijk verschrikkelijk drama is mij tot nu toe gelukkig gespaard gebleven. Wellicht maakt dat het voor mij gemakkelijker om dit specifieke geval enigszins in perspectief te plaatsen. Flor Koninckx zat namelijk niet laveloos achter het stuur. Hij is evenmin ergens tegenaan geknald. Hij was niet stomdronken, hij blies positief bij een controle. Dat is een belangrijk verschil. Ik ben er namelijk van overtuigd dat een licht aangeschoten Flor nu niet bepaald een gevaar op de weg kan worden genoemd. De man is tenslotte verkeersexpert, hij heeft zich jarenlang ingezet voor de verkeersveiligheid in ons land en ik weiger te geloven dat hij bij een toegelaten 0,4 promille zijn eigen rustige zelf blijft maar bij het onwettige 0,8 promille (tenslotte was 0,8 tot voor enkele jaren de toegelaten limiet, nu is het 0,5) plots zou veranderen in een schuimbekkende wegpiraat die kinderen en bejaarden van de weg dreigt te maaien.
Ik ben in elk geval veel minder bang van een beschonken Flor dan van een nuchtere Jean-Marie Dedecker op de autostrade. De kans dat ik in een crash betrokken raak en dat ik – o horreur der horreuren! – bij het ontwaken in het ziekenhuis plots wordt geconfronteerd met de tronie van Luc Beaucourt die mij aan een infuus legt is volgens mij aanzienlijk groter wanneer Jean-Marie mijn pad kruist.
Ja, Flor heeft/had een voorbeeldfunctie, maar precies daarom moeten we mild zijn in plaats van hem nu zo ongenadig aan te pakken. Een voorbeeldfunctie krijg je tenslotte niet zomaar. Je hebt sneller een boete te pakken dan de status van rolmodel.
En een boete had hier volstaan. Kijk uit – jaja! – voor mensen die er plezier in scheppen om Flor Koninckx’ reputatie nu met veel leedvermaak uit het raam te hangen als betrof het een bescheten laken. Het is overdreven, hypocriet en even nuttig als sandalen op de Noordpool. (pdw)
En net zoals zovele schuldige landgenoten verdedig ik mijn volstrekt onverdedigbare gedrag met hetzelfde slappe cliché dat ook door snelheidsovertreders wordt gebruikt, in de woorden van Dustin Hoffman in ‘Rain Man’: of course I’m a good driver. Ik verplaats mij ondertussen al 32 jaar bijna dagelijks middels de automobiel en kan al autorijden sinds mijn zestiende. Geleerd in Zweden, in een week tijd, met een Landrover. Ik bespaar u het hele verhaal. Waar wil je feitelijk naartoe (pdw)?, hoor ik u ongeduldig vragen. Naar Australië, liefst voor een avontuurlijke motorfietstocht met een kameraad of twee waar ik dan een artikelenreeks en bij uitbreiding een boek kan over schrijven of een televisieprogramma kan over maken. Maar dat is, neem ik aan, niet wat u bedoelt.
Nee, ik wil hier een lans breken voor goeie ouwe Flor Koninckx, tot voor kort hét boegbeeld van de verkeersveiligheid in Vlaanderen. Thans verguisd, uit zijn functie van verkeerswoordvoerder van de SP-A ontheven en al dagen lang het mikpunt van bittere spot en hatelijke oprispingen op allerlei internetforums en in lezersbrieven naar de kranten. Flor is bij een alcoholcontrole betrapt met een neutje teveel op. Drukpersen overal in Vlaanderen werden gestopt voor een brandnieuwe kop: ‘EXCLUSIEF: Flor Niet Heiliger Dan Paus!’ Hij had evengoed tijdens een audiëntie op het Vatikaan aan diezelfde paus kunnen vragen ‘trek eens aan mijn vinger...’, zo verontwaardigd werd er gereageerd.
Uiteraard zou ik er minder licht overgaan indien ik bij een verkeersongeval met een dronken chauffeur ooit een dierbare had verloren. Een dergelijk verschrikkelijk drama is mij tot nu toe gelukkig gespaard gebleven. Wellicht maakt dat het voor mij gemakkelijker om dit specifieke geval enigszins in perspectief te plaatsen. Flor Koninckx zat namelijk niet laveloos achter het stuur. Hij is evenmin ergens tegenaan geknald. Hij was niet stomdronken, hij blies positief bij een controle. Dat is een belangrijk verschil. Ik ben er namelijk van overtuigd dat een licht aangeschoten Flor nu niet bepaald een gevaar op de weg kan worden genoemd. De man is tenslotte verkeersexpert, hij heeft zich jarenlang ingezet voor de verkeersveiligheid in ons land en ik weiger te geloven dat hij bij een toegelaten 0,4 promille zijn eigen rustige zelf blijft maar bij het onwettige 0,8 promille (tenslotte was 0,8 tot voor enkele jaren de toegelaten limiet, nu is het 0,5) plots zou veranderen in een schuimbekkende wegpiraat die kinderen en bejaarden van de weg dreigt te maaien.
Ik ben in elk geval veel minder bang van een beschonken Flor dan van een nuchtere Jean-Marie Dedecker op de autostrade. De kans dat ik in een crash betrokken raak en dat ik – o horreur der horreuren! – bij het ontwaken in het ziekenhuis plots wordt geconfronteerd met de tronie van Luc Beaucourt die mij aan een infuus legt is volgens mij aanzienlijk groter wanneer Jean-Marie mijn pad kruist.
Ja, Flor heeft/had een voorbeeldfunctie, maar precies daarom moeten we mild zijn in plaats van hem nu zo ongenadig aan te pakken. Een voorbeeldfunctie krijg je tenslotte niet zomaar. Je hebt sneller een boete te pakken dan de status van rolmodel.
En een boete had hier volstaan. Kijk uit – jaja! – voor mensen die er plezier in scheppen om Flor Koninckx’ reputatie nu met veel leedvermaak uit het raam te hangen als betrof het een bescheten laken. Het is overdreven, hypocriet en even nuttig als sandalen op de Noordpool. (pdw)
vrijdag, april 18, 2008
Wouter Beke is een tjeverig watje
Gisteren werd ik gebeld door De Zevende Dag: of ik in debat wilde gaan met CD&V'er Wouter Beke over het zogeheten 'ethisch réveil' dat in tjevenkringen opgang maakt en naar aanleiding van mijn column 'Blote Tetten' in De Standaard. (zie hieronder).
Vandaag telefoon gekregen van de redactie met de mededeling: 'Wouter Beke stelt zijn veto...hij wil niet komen als jij aan het debat deelneemt'.
De huisdokter, die mij een inspuiting tegen het lachen heeft moeten geven, is net de deur uit.
Hij heeft evenveel ruggengraat als een regenworm, onze Wouter.
Vandaag telefoon gekregen van de redactie met de mededeling: 'Wouter Beke stelt zijn veto...hij wil niet komen als jij aan het debat deelneemt'.
De huisdokter, die mij een inspuiting tegen het lachen heeft moeten geven, is net de deur uit.
Hij heeft evenveel ruggengraat als een regenworm, onze Wouter.
Blote tetten
Uit DS 17/4
Een tentoonstelling van de Fenomenale Feminateek van Louis Paul Boon wordt verboden in Antwerpen, een voorstelling van Vitalski en de film 'Ex-drummer' naar het boek van Herman Brusselmans worden in de ban geslagen in Temse, en in Borgloon kleeft men zedig zwarte strookjes op foto's waar naakte tepels op waar te nemen zijn.
Wellicht past dit allemaal in de vieringen rond vijftig jaar Expo '58 en hebben we hier te maken met clevere politieke performancekunst die de moraal van vijftig jaar geleden wil evoceren. Straks, als de Expoviering voorbij is, zullen de verantwoordelijken dijenkletsend zeggen dat het allemaal maar om te lachen was. Ik zie niet meteen een andere, steek houdende verklaring.
Want laten we mekaar geen tjeef noemen: de show van Vitalski - 'Mijn leven met Leterme' - werd gewraakt puur op basis van de titel en de affiche waarop de nieuwe premier aanstalten maakt om Joëlle Milquet een tong te draaien. Boons Feminateek is weliswaar van weinig artistieke waarde, maar de controversiële collectie verbieden omdat ze pornografisch zou zijn, is potsierlijk. Het gaat hier over niet veel meer dan een verzameling prentjes van wat op middelbare scholen in heel Vlaanderen treffend wordt omschreven als 'blote tetten'. Eender welke hedendaagse rapvideo is vunziger dan die hele Feminateek samen. En tenzij hij in het midden van iemands voorhoofd staat en er voortdurend zachtjes melk uit druppelt, kan ik mij niet inbeelden dat iemand zich anno 2008 ongemakkelijk gaat voelen bij het zien van een blote tepel. De vraag die zich dan ook naar voren wurmt als was het Ignace Crombé en iemand heeft zo-even gevraagd: 'wie wil er nog een paar gratis tickets voor de Nacht van Exclusief?', is: wie probeert men eigenlijk tegen wat te beschermen?
Het gaat toch zeker niet om de geestelijke gezondheid van 'de jeugd' - een handige verzamelnaam voor iedereen die nog niet actief is op de arbeidsmarkt - mag ik hopen. Die krijgt dezer dagen immers via nauwelijks drie klikken van een computermuis zowat alle, maar dan ook àlle mogelijkheden op het scherm die het samenspel tussen mannelijk geslachtsorgaan, vagina en alle andere menselijke én dierlijke orificen te bieden heeft. We kunnen er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van uit gaan dat een occasionele blote tepel in het stadsbeeld voor weinig jeugdtrauma's zal zorgen. Want als je een gans een ezel hebt zien penetreren terwijl die ezel een vrouw berijdt die ondertussen haar man pleziert, verliezen 'blote tetten' snel hun status van verboden vrucht. Geïnteresseerden surfen naar www.goosefucksdonkeyfuckswifeblowshusband.com. Ik weet welhaast zeker dat sommigen onder u tegen beter weten in bovenstaande, geheel verzonnen url zullen intikken.
Die merkwaardige Nieuwe Preutsheid lijkt te worden geflankeerd door een al even onverklaarbare Nieuwe Kneuterigheid. Vooral in prime time op televisie. We zitten naar belegen danswedstrijden en zangcrochets te gapen. Na het journaal, waarin we de stand van zaken in het proces van lustmoordenaar Fourniret mogen vernemen (hij keek Elisabeth Brichet in de ogen terwijl hij haar onder een plastic zak versmachtte) en ons wordt uitgelegd wààr precies in Irak er weer tientallen mensen uit mekaar zijn gespat bij een bomaanslag, wordt er blijmoedig voorgelezen uit een Jommeke- of Suske & Wiske-album. Jajàà, lieve kijkbuiskinderen, die dekselse Lambik heeft de schurk weeral sluw een hak gezet!
En we moeten en zullen allemaal in prime time een zelfgebreid en met een schapulier behangen onderlijfje over de bleke bast der kleinsteedsheid trekken en de lof zingen van 'Sara', een dramareeks met de emotionele diepgang en sociale relevantie van een Tiny-verhaaltje ('Tiny wordt secretaresse'). Waag het niet in het openbaar te zeggen dat het geleden is sinds die keer dat Edwin Ysebaert ten prooi is gevallen aan de gevreesde Disney Diarree dat we nog eens met zo'n grote plas voorspelbare sentimentele kak werden geconfronteerd of er wordt u misplaatst cynisme verweten. Meestal vlak nadat de woorden 'pseudo-intellectuele linkse arrogante blaaskaak' zijn gevallen.
Waar mijn 12-jarige dochter Hannah, vurige Sara-fan, die dure woorden vandaan haalt, is mij overigens een raadsel.
Een tentoonstelling van de Fenomenale Feminateek van Louis Paul Boon wordt verboden in Antwerpen, een voorstelling van Vitalski en de film 'Ex-drummer' naar het boek van Herman Brusselmans worden in de ban geslagen in Temse, en in Borgloon kleeft men zedig zwarte strookjes op foto's waar naakte tepels op waar te nemen zijn.
Wellicht past dit allemaal in de vieringen rond vijftig jaar Expo '58 en hebben we hier te maken met clevere politieke performancekunst die de moraal van vijftig jaar geleden wil evoceren. Straks, als de Expoviering voorbij is, zullen de verantwoordelijken dijenkletsend zeggen dat het allemaal maar om te lachen was. Ik zie niet meteen een andere, steek houdende verklaring.
Want laten we mekaar geen tjeef noemen: de show van Vitalski - 'Mijn leven met Leterme' - werd gewraakt puur op basis van de titel en de affiche waarop de nieuwe premier aanstalten maakt om Joëlle Milquet een tong te draaien. Boons Feminateek is weliswaar van weinig artistieke waarde, maar de controversiële collectie verbieden omdat ze pornografisch zou zijn, is potsierlijk. Het gaat hier over niet veel meer dan een verzameling prentjes van wat op middelbare scholen in heel Vlaanderen treffend wordt omschreven als 'blote tetten'. Eender welke hedendaagse rapvideo is vunziger dan die hele Feminateek samen. En tenzij hij in het midden van iemands voorhoofd staat en er voortdurend zachtjes melk uit druppelt, kan ik mij niet inbeelden dat iemand zich anno 2008 ongemakkelijk gaat voelen bij het zien van een blote tepel. De vraag die zich dan ook naar voren wurmt als was het Ignace Crombé en iemand heeft zo-even gevraagd: 'wie wil er nog een paar gratis tickets voor de Nacht van Exclusief?', is: wie probeert men eigenlijk tegen wat te beschermen?
Het gaat toch zeker niet om de geestelijke gezondheid van 'de jeugd' - een handige verzamelnaam voor iedereen die nog niet actief is op de arbeidsmarkt - mag ik hopen. Die krijgt dezer dagen immers via nauwelijks drie klikken van een computermuis zowat alle, maar dan ook àlle mogelijkheden op het scherm die het samenspel tussen mannelijk geslachtsorgaan, vagina en alle andere menselijke én dierlijke orificen te bieden heeft. We kunnen er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van uit gaan dat een occasionele blote tepel in het stadsbeeld voor weinig jeugdtrauma's zal zorgen. Want als je een gans een ezel hebt zien penetreren terwijl die ezel een vrouw berijdt die ondertussen haar man pleziert, verliezen 'blote tetten' snel hun status van verboden vrucht. Geïnteresseerden surfen naar www.goosefucksdonkeyfuckswifeblowshusband.com. Ik weet welhaast zeker dat sommigen onder u tegen beter weten in bovenstaande, geheel verzonnen url zullen intikken.
Die merkwaardige Nieuwe Preutsheid lijkt te worden geflankeerd door een al even onverklaarbare Nieuwe Kneuterigheid. Vooral in prime time op televisie. We zitten naar belegen danswedstrijden en zangcrochets te gapen. Na het journaal, waarin we de stand van zaken in het proces van lustmoordenaar Fourniret mogen vernemen (hij keek Elisabeth Brichet in de ogen terwijl hij haar onder een plastic zak versmachtte) en ons wordt uitgelegd wààr precies in Irak er weer tientallen mensen uit mekaar zijn gespat bij een bomaanslag, wordt er blijmoedig voorgelezen uit een Jommeke- of Suske & Wiske-album. Jajàà, lieve kijkbuiskinderen, die dekselse Lambik heeft de schurk weeral sluw een hak gezet!
En we moeten en zullen allemaal in prime time een zelfgebreid en met een schapulier behangen onderlijfje over de bleke bast der kleinsteedsheid trekken en de lof zingen van 'Sara', een dramareeks met de emotionele diepgang en sociale relevantie van een Tiny-verhaaltje ('Tiny wordt secretaresse'). Waag het niet in het openbaar te zeggen dat het geleden is sinds die keer dat Edwin Ysebaert ten prooi is gevallen aan de gevreesde Disney Diarree dat we nog eens met zo'n grote plas voorspelbare sentimentele kak werden geconfronteerd of er wordt u misplaatst cynisme verweten. Meestal vlak nadat de woorden 'pseudo-intellectuele linkse arrogante blaaskaak' zijn gevallen.
Waar mijn 12-jarige dochter Hannah, vurige Sara-fan, die dure woorden vandaan haalt, is mij overigens een raadsel.
zaterdag, maart 29, 2008
Honderd
Uit DS 27/03/08
Het euthanasiedebat is nogal een beetje losgebarsten. ‘Euthanasie’ is sinds het fel becommentarieerd overlijden van schepen Marcel Engelborghs en schrijver Hugo Claus ongetwijfeld het mot du jour. Het woord doet voor de controversiële activiteit die wij kennen als ‘het bewust, op hun eigen verzoek, beëindigen van het leven van patiënten’ wat ranunculus acris doet voor het boterbloempje: het is een plechtig en wetenschappelijk synoniem, bedoeld om iets banaal en alledaags veel belangrijker te laten klinken dan het in wezen is.
Ik beeld me enkele lezers in die ongeveer nu roepen: Wat een onzin! Het leven is belangrijk! De dood is niet banaal!
Uiteraard is dat driewerf waar. Ik wou u opzettelijk een weinig op stang jagen. Om iets duidelijk te maken.
Wat sommigen onder u bij bovenstaande boude stelling eventjes in de bast voelden opwellen is namelijk een belangrijk sentiment dat u, ik, wij allemaal over het algemeen slechts voor een heel beperkte kring reserveren. Het vult steevast ons gemoed wanneer het over onszelf, onze familie, onze vriendenkring, onze kennissen, onze onmiddellijke omgeving gaat. Pakweg honderd personen. In sommige gevallen zijn het er maar drie. In andere zijn het er vijfhonderd. Laten we honderd als gemiddelde nemen. Honderd mensen zijn héél erg belangrijk voor ons. En tot we ze leren kennen zijn alle andere mensen vooral journaalitems, krantenkoppen, statistieken. Dat willen we niet altijd geweten hebben maar de realiteit, daarin bijgetreden door de geschiedenis en het internationale nieuws van elke dag leert ons dat het zo is. Alle meningen en meninkjes over euthanasie op internetforums en in lezersbrieven naar de kranten moeten in dat licht worden gezien. Dat helpt om te beseffen: het euthanasiedebat is nog ingewikkelder dan het reglement van ‘Terra Incognita’, het realityprogramma dat door vt4 na één seizoen werd ge-euthanaseerd wegens geen touw aan vast te knopen.
Laat staan dat de kwestie in een goed bekkende soundbite te vatten is. ‘Omzeilen is geen heldendaad’. Met deze woorden sprak Godfried Danneels zich in zijn paashomilie uit over de zelfgekozen dood van Hugo Claus en de reactie van de media daarop. Ook een kardinaal heeft recht op een mot du jour. ‘Omzeilen’ is een synoniem voor ‘behoedzaam ontwijken’. Volgens de kardinaal ‘antwoordt men niet op het probleem van het lijden en de dood door het te omzeilen’. Mijn eerste gedachte hierbij was: omzeilen is anders wel bijzonder handig als je bijvoorbeeld met je nieuwe speeltje, een Triumph Trident 900 motorfiets, langs de Brusselsesteenweg ter hoogte van Gentbrugge rijdt en het kalf in de Renault Megane voor je bruusk rechts afslaat zonder richtingaanwijzers te gebruiken. Ik weet niet of de kardinaal van motorrijden houdt, maar zelfs een groentje zoals ik weet hoe het potentiële probleem van het lijden en de dood op zo’n moment handig en in één vloeiende beweging (het is een smooth bastard, die Triumph!) moet worden omzeild.
Voor Claus was er echter geen ontwijken meer aan. Claus heeft fuck all omzeild, kardinaal. Hij heeft, terwijl hij er nog de esprit voor had, het stuur recht gehouden en gas gegeven.
Mijn tweede gedachte was: Godfried Danneels, die het probleem van het lijden en de dood via een hartoperatie en een rist overbruggingen in ‘96 zelf al eens heeft omzeild, zou moeten weten dat zo’n slappe reli-soundbite het debat niet vooruit helpt. Het is veel, véél ingewikkelder dan dat.
De kardinaal reageerde vooral op de iets te vurige loftuitingen van de intimi van Claus – ze waren met veel meer dan honderd – die ’s mans keuze voor een vroegtijdige dood vooral ‘moedig’ vonden en daar in de media uitvoerig kond van deden. Sommigen deden dat omdat Claus tot hun kring van honderd behoorde. Vele anderen deden het omdat ze zichzelf graag tot des schrijvers kring van honderd rekenen. De een zijn dood is de andere zijn stijgende literaire marktwaarde.
Om het debat helemaal te versjteren moeten we uiteraard bij de politici zijn. Open-VLD wil euthanasie voor kinderen en dementerende bejaarden mogelijk maken, SP-A doet mee, CD&V is uiteraard tegen. Plots komen er woorden als ‘wisselmeerderheid’, ‘wetsvoorstellen, ‘andere sociaal-economische voorstellen’ op tafel. Woorden die niets meer met het probleem van het lijden en de dood te maken hebben en waar ook geen synoniemen voor bestaan die kans maken op het mot du jour-schap. Even later gaat het zelfs over ‘aftoetsen aan de achterban’. Dat er zoiets bestaat als een eendrachtige achterban van vele honderden kringen van honderd is een van de grote leugens van de politiek.
En zo wordt het euthanasiedebat nog ingewikkelder dan een mummie, die door zijn mummificateur een ingewikkeld raadsel voor de eeuwigheid meekrijgt vooraleer de arme drommel in een paar extra meters wikkel te, euh, wikkelen. Mijn meninkje? Om deze complexe kwestie naar ieders tevredenheid in een sluitende wet te vatten is een heel mensenleven, zelfs al wordt men honderd, wellicht te kort. (pdw)
Het euthanasiedebat is nogal een beetje losgebarsten. ‘Euthanasie’ is sinds het fel becommentarieerd overlijden van schepen Marcel Engelborghs en schrijver Hugo Claus ongetwijfeld het mot du jour. Het woord doet voor de controversiële activiteit die wij kennen als ‘het bewust, op hun eigen verzoek, beëindigen van het leven van patiënten’ wat ranunculus acris doet voor het boterbloempje: het is een plechtig en wetenschappelijk synoniem, bedoeld om iets banaal en alledaags veel belangrijker te laten klinken dan het in wezen is.
Ik beeld me enkele lezers in die ongeveer nu roepen: Wat een onzin! Het leven is belangrijk! De dood is niet banaal!
Uiteraard is dat driewerf waar. Ik wou u opzettelijk een weinig op stang jagen. Om iets duidelijk te maken.
Wat sommigen onder u bij bovenstaande boude stelling eventjes in de bast voelden opwellen is namelijk een belangrijk sentiment dat u, ik, wij allemaal over het algemeen slechts voor een heel beperkte kring reserveren. Het vult steevast ons gemoed wanneer het over onszelf, onze familie, onze vriendenkring, onze kennissen, onze onmiddellijke omgeving gaat. Pakweg honderd personen. In sommige gevallen zijn het er maar drie. In andere zijn het er vijfhonderd. Laten we honderd als gemiddelde nemen. Honderd mensen zijn héél erg belangrijk voor ons. En tot we ze leren kennen zijn alle andere mensen vooral journaalitems, krantenkoppen, statistieken. Dat willen we niet altijd geweten hebben maar de realiteit, daarin bijgetreden door de geschiedenis en het internationale nieuws van elke dag leert ons dat het zo is. Alle meningen en meninkjes over euthanasie op internetforums en in lezersbrieven naar de kranten moeten in dat licht worden gezien. Dat helpt om te beseffen: het euthanasiedebat is nog ingewikkelder dan het reglement van ‘Terra Incognita’, het realityprogramma dat door vt4 na één seizoen werd ge-euthanaseerd wegens geen touw aan vast te knopen.
Laat staan dat de kwestie in een goed bekkende soundbite te vatten is. ‘Omzeilen is geen heldendaad’. Met deze woorden sprak Godfried Danneels zich in zijn paashomilie uit over de zelfgekozen dood van Hugo Claus en de reactie van de media daarop. Ook een kardinaal heeft recht op een mot du jour. ‘Omzeilen’ is een synoniem voor ‘behoedzaam ontwijken’. Volgens de kardinaal ‘antwoordt men niet op het probleem van het lijden en de dood door het te omzeilen’. Mijn eerste gedachte hierbij was: omzeilen is anders wel bijzonder handig als je bijvoorbeeld met je nieuwe speeltje, een Triumph Trident 900 motorfiets, langs de Brusselsesteenweg ter hoogte van Gentbrugge rijdt en het kalf in de Renault Megane voor je bruusk rechts afslaat zonder richtingaanwijzers te gebruiken. Ik weet niet of de kardinaal van motorrijden houdt, maar zelfs een groentje zoals ik weet hoe het potentiële probleem van het lijden en de dood op zo’n moment handig en in één vloeiende beweging (het is een smooth bastard, die Triumph!) moet worden omzeild.
Voor Claus was er echter geen ontwijken meer aan. Claus heeft fuck all omzeild, kardinaal. Hij heeft, terwijl hij er nog de esprit voor had, het stuur recht gehouden en gas gegeven.
Mijn tweede gedachte was: Godfried Danneels, die het probleem van het lijden en de dood via een hartoperatie en een rist overbruggingen in ‘96 zelf al eens heeft omzeild, zou moeten weten dat zo’n slappe reli-soundbite het debat niet vooruit helpt. Het is veel, véél ingewikkelder dan dat.
De kardinaal reageerde vooral op de iets te vurige loftuitingen van de intimi van Claus – ze waren met veel meer dan honderd – die ’s mans keuze voor een vroegtijdige dood vooral ‘moedig’ vonden en daar in de media uitvoerig kond van deden. Sommigen deden dat omdat Claus tot hun kring van honderd behoorde. Vele anderen deden het omdat ze zichzelf graag tot des schrijvers kring van honderd rekenen. De een zijn dood is de andere zijn stijgende literaire marktwaarde.
Om het debat helemaal te versjteren moeten we uiteraard bij de politici zijn. Open-VLD wil euthanasie voor kinderen en dementerende bejaarden mogelijk maken, SP-A doet mee, CD&V is uiteraard tegen. Plots komen er woorden als ‘wisselmeerderheid’, ‘wetsvoorstellen, ‘andere sociaal-economische voorstellen’ op tafel. Woorden die niets meer met het probleem van het lijden en de dood te maken hebben en waar ook geen synoniemen voor bestaan die kans maken op het mot du jour-schap. Even later gaat het zelfs over ‘aftoetsen aan de achterban’. Dat er zoiets bestaat als een eendrachtige achterban van vele honderden kringen van honderd is een van de grote leugens van de politiek.
En zo wordt het euthanasiedebat nog ingewikkelder dan een mummie, die door zijn mummificateur een ingewikkeld raadsel voor de eeuwigheid meekrijgt vooraleer de arme drommel in een paar extra meters wikkel te, euh, wikkelen. Mijn meninkje? Om deze complexe kwestie naar ieders tevredenheid in een sluitende wet te vatten is een heel mensenleven, zelfs al wordt men honderd, wellicht te kort. (pdw)
zondag, maart 16, 2008
The dick stays here...
Klassiek stukje van Sam Kinison in de show van Rodney Dangerfield. This is how you do it.
vrijdag, maart 14, 2008
LIJST
Lang geleden dat ik nog eens een lijst heb gemaakt van mensen en dingen die voor mijn humeur doen wat Abdelkader Belliraj voor het imago van de Staatsveiligheid heeft betekend.
Om te beginnen: kindveilige aanstekers. Hoezo, vanaf nu mogen er bij wet geen reguliere wegwerpaanstekers meer worden verkocht? Of ik heb iets gemist en er is een reeks incidenten geweest waarbij minderjarigen catastrofes hebben veroorzaakt middels het gebruik van reguliere aanstekers, of we hebben hier te maken met alweer een vreemdsoortige vorm van betutteling annex buitenkans voor een bedrijf (Bic bijvoorbeeld, ik noem maar een naam) om een nieuwe lijn producten te lanceren. En - kijk eens aan! - op dinsdag trof ik al de eerste reclame voor de nieuwe kindveilige aanstekers van Bic in mijn krant. Het zou uiteraard van paranoïde en hoogst cynische gedachten getuigen als ik hier een theorie zou ontvouwen die ongeveer als volgt gaat:
- er worden, nu er haast nergens meer mag worden gerookt, minder wegwerpaanstekers verkocht dan vroeger
- bij de fabrikanten van wegwerpaanstekers zit men met de handen in het haar en er worden denktanken opgericht met als opdracht: vind een manier om de mensen alsnog volop wegwerpaanstekers aan te smeren
- denktank krijgt briljant idee: we doen zoals de fabrikanten van waspoeders en brengen een product op de markt dat zogezegd veel beter is dan het originele product dat we tot nu toe hebben verkocht
- fabrikant zegt: uitstekend idee, maar kunnen we er geen positieve spin aan geven? Iets in de zin van: deze wegwerpaanstekers zijn veiliger, beter voor het milieu, zoiets...
- denktank: kindvriendelijker misschien?
- fabrikant: champagne!! Zendt onze beste lobbyisten uit!
- enkele maanden later lezen we in de krant: ‘Regering stemt wet die de verkoop van niet-kindveilige wegwerpaanstekers verbiedt’
- fabrikant van wegwerpaanstekers lanceert brandnieuw, kindveilig model en ziet de omzet weer stijgen
Het is maar een theorietje natuurlijk.
Ten tweede: Ishtar en hun ‘O Julissi na jalyni’, een deun die het liedjesequivalent is van die onbestemde, veel te zoetige witte smurrie die men tussen goedkope koekjes-voor-bij-de-koffie aantreft. Als we het Eurovisiesongfestival dan toch ernstig gaan nemen - en te oordelen naar de middelen, de Barten Peeters, de tijd en de energie die de openbare omroep ervoor over heeft nemen we het bloedserieus - waarom sturen we dan deze aan iéts teveel Trappist van Westvleteren onttrokken volksdansmelodie in? Er is een tijd en een plaats voor dit soort muzikaal vertier en dat is: Sfinks Boechout, op zondag familiedag zo rond 16.00u, wanneer de als een poes geschminkte kleuters een beetje moe beginnen te worden en bij mama en papa de boekweitpannenkoeken beginnen op te spelen.
Ten derde: mensen die de toeristische peepshow annex schaamteloze Derde Wereld-betutteling die wij kennen als ‘Toast Kannibaal’ veel teveel au sérieux nemen. Zoals de genaamde Walter Driesen, reisleider, die beweert dat de Ethiopische volksstam de Mursi door de VTM-ploeg zodanig werd gecorrumpeerd dat ze nu aan de rand van de antropologische afgrond staat. Terwijl die Mursi hun dagelijks dieet van ossenbloed en zand al jaren geleden hebben ingeruild voor een sandwich smos of een Big Mac op zijn tijd. Die weten al lang dat een speer enkel nog nuttig is als er met camera’s uitgeruste toeristen in de buurt zijn. Ze zullen eerder een iPod kopen dan een fonkelnieuwe inoxen ploeg om gindse droge akker mee te bewerken. Daar heeft VTM niets mee te maken. Ze zijn niet gek, die Mursi. Als ze nog zo primitief waren als de heer Driesen zich dat in zijn veel te romantische verbeelding, euh..verbeeldt, dan hadden ze die cameraploeg vanop 100 meter met speer en gifpijl neergehaald en zat men nu naar een herhaling van ‘Lily & Marleen’ te kijken in plaats van naar deze gênante cocktail van valse reality en misplaatste exotiek.
Ten vierde en – ik beheers me uit plaatsgebrek - ten laatste: Waris Dirie. Ik schroom niet te zeggen dat ik geen snars geloof van haar verhaal over de houding van de Brusselse politie en de onbekende taxichauffeur. Want dat zou betekenen dat ze een hopeloos wereldvreemd wezen is, iemand die er maar niet in slaagt om een hotel terug te vinden, om een politieagent iets duidelijk te maken, of om in de Europese hoofdstad Brussel een Engelssprekende persoon te vinden die haar wegwijs kan maken. Waris Dirie is, als ik goed ben geïnformeerd, VN-ambassadrice. Men mag dus verwachten dat ze enige diplomatieke basisvaardigheden beheerst. Zoals bijvoorbeeld ‘zich kenbaar en verstaanbaar maken’. Om het met René uit ‘Allo ‘Allo te zeggen: you stupid, stupid woman. (pdw)
Om te beginnen: kindveilige aanstekers. Hoezo, vanaf nu mogen er bij wet geen reguliere wegwerpaanstekers meer worden verkocht? Of ik heb iets gemist en er is een reeks incidenten geweest waarbij minderjarigen catastrofes hebben veroorzaakt middels het gebruik van reguliere aanstekers, of we hebben hier te maken met alweer een vreemdsoortige vorm van betutteling annex buitenkans voor een bedrijf (Bic bijvoorbeeld, ik noem maar een naam) om een nieuwe lijn producten te lanceren. En - kijk eens aan! - op dinsdag trof ik al de eerste reclame voor de nieuwe kindveilige aanstekers van Bic in mijn krant. Het zou uiteraard van paranoïde en hoogst cynische gedachten getuigen als ik hier een theorie zou ontvouwen die ongeveer als volgt gaat:
- er worden, nu er haast nergens meer mag worden gerookt, minder wegwerpaanstekers verkocht dan vroeger
- bij de fabrikanten van wegwerpaanstekers zit men met de handen in het haar en er worden denktanken opgericht met als opdracht: vind een manier om de mensen alsnog volop wegwerpaanstekers aan te smeren
- denktank krijgt briljant idee: we doen zoals de fabrikanten van waspoeders en brengen een product op de markt dat zogezegd veel beter is dan het originele product dat we tot nu toe hebben verkocht
- fabrikant zegt: uitstekend idee, maar kunnen we er geen positieve spin aan geven? Iets in de zin van: deze wegwerpaanstekers zijn veiliger, beter voor het milieu, zoiets...
- denktank: kindvriendelijker misschien?
- fabrikant: champagne!! Zendt onze beste lobbyisten uit!
- enkele maanden later lezen we in de krant: ‘Regering stemt wet die de verkoop van niet-kindveilige wegwerpaanstekers verbiedt’
- fabrikant van wegwerpaanstekers lanceert brandnieuw, kindveilig model en ziet de omzet weer stijgen
Het is maar een theorietje natuurlijk.
Ten tweede: Ishtar en hun ‘O Julissi na jalyni’, een deun die het liedjesequivalent is van die onbestemde, veel te zoetige witte smurrie die men tussen goedkope koekjes-voor-bij-de-koffie aantreft. Als we het Eurovisiesongfestival dan toch ernstig gaan nemen - en te oordelen naar de middelen, de Barten Peeters, de tijd en de energie die de openbare omroep ervoor over heeft nemen we het bloedserieus - waarom sturen we dan deze aan iéts teveel Trappist van Westvleteren onttrokken volksdansmelodie in? Er is een tijd en een plaats voor dit soort muzikaal vertier en dat is: Sfinks Boechout, op zondag familiedag zo rond 16.00u, wanneer de als een poes geschminkte kleuters een beetje moe beginnen te worden en bij mama en papa de boekweitpannenkoeken beginnen op te spelen.
Ten derde: mensen die de toeristische peepshow annex schaamteloze Derde Wereld-betutteling die wij kennen als ‘Toast Kannibaal’ veel teveel au sérieux nemen. Zoals de genaamde Walter Driesen, reisleider, die beweert dat de Ethiopische volksstam de Mursi door de VTM-ploeg zodanig werd gecorrumpeerd dat ze nu aan de rand van de antropologische afgrond staat. Terwijl die Mursi hun dagelijks dieet van ossenbloed en zand al jaren geleden hebben ingeruild voor een sandwich smos of een Big Mac op zijn tijd. Die weten al lang dat een speer enkel nog nuttig is als er met camera’s uitgeruste toeristen in de buurt zijn. Ze zullen eerder een iPod kopen dan een fonkelnieuwe inoxen ploeg om gindse droge akker mee te bewerken. Daar heeft VTM niets mee te maken. Ze zijn niet gek, die Mursi. Als ze nog zo primitief waren als de heer Driesen zich dat in zijn veel te romantische verbeelding, euh..verbeeldt, dan hadden ze die cameraploeg vanop 100 meter met speer en gifpijl neergehaald en zat men nu naar een herhaling van ‘Lily & Marleen’ te kijken in plaats van naar deze gênante cocktail van valse reality en misplaatste exotiek.
Ten vierde en – ik beheers me uit plaatsgebrek - ten laatste: Waris Dirie. Ik schroom niet te zeggen dat ik geen snars geloof van haar verhaal over de houding van de Brusselse politie en de onbekende taxichauffeur. Want dat zou betekenen dat ze een hopeloos wereldvreemd wezen is, iemand die er maar niet in slaagt om een hotel terug te vinden, om een politieagent iets duidelijk te maken, of om in de Europese hoofdstad Brussel een Engelssprekende persoon te vinden die haar wegwijs kan maken. Waris Dirie is, als ik goed ben geïnformeerd, VN-ambassadrice. Men mag dus verwachten dat ze enige diplomatieke basisvaardigheden beheerst. Zoals bijvoorbeeld ‘zich kenbaar en verstaanbaar maken’. Om het met René uit ‘Allo ‘Allo te zeggen: you stupid, stupid woman. (pdw)
COMEDY CASINO CUP 2008
De Comedy Casino Cup 2008, de tweede editie van Canvas' zoektocht naar stand up comedy talent in Vlaanderen, wordt binnenkort op gang getrokken. Wie in de voetsporen wil treden van Xander De Rycke, Philip Geubels en Iwein Segers mag zich stilaan beginnen opwarmen Er is weliswaar nog tijd zat - de eerste audities zullen pas na de zomer worden georganiseerd - maar een verwittigd man enz...Binnenkort meer info over hoe u zich kunt inschrijven.
woensdag, maart 05, 2008
Checkpoint Charlie
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik een vakkundig gerolde joint op zijn tijd best weet te appreciëren. Nu mijn reguliere Gentse leverancier sinds vijftien jaar een paar weken met vakantie is ben ik nog een keer als vanouds de grens met Nederland overgestoken en heb ik een coffeeshop bezocht: Checkpoint Charlie in Terneuzen. Voor wie er nog niet is geweest: het betreft hier een combinatie van (alcoholvrij) café annex superette voor soft drugs. Aan vier snelkassa’s kan men zich diverse soorten hasj en weed naar keuze aanschaffen. Bij het binnenkomen krijgt men, net zoals bij sommige slagers, een volgnummer. Op een grote lichtgevende teller is te zien welk nummer aan welke kassa momenteel wordt bediend. Ik had nummer 425, de teller stond op 401.
Na mij kwam een Vlaams koppel van middelbare leeftijd binnen. C&A-kledij, enigszins bezorgde blik, duidelijk geen ervaren coffeeshop-bezoekers. Aan de man die aan de deur de volgnummers uitdeelt vroeg de vrouw wat er eigenlijk gebeurt als men op de terugweg naar België door de politie wordt tegengehouden en betrapt wordt op het bezit van softdrugs. ‘U kan maximaal 5 gram per persoon kopen, als de politie u controleert en hasj of weed in uw bezit vindt, dan zal u worden beboet en de waar zal in beslag worden genomen...’ Gerustgesteld dat het hier om een haast banale administratieve boete gaat en er dus geen Guantanamo Bay-achtige straf op het bezit van wat discutabel rookgerief staat, nam het koppel opgelucht het ‘menu’ door.
Kwamen ze iets kopen voor zichzelf, omdat ze dat ook eens willen proberen? Of voor een vriend of familielid dat een of andere nare aandoening heeft, de pijnverzachtende kwaliteiten van cannabis heeft ervaren maar er zelf niet durft of kan kopen? Of kwamen ze eens kijken waar hun kinderen hun marihuana halen? Het heeft maar een haar gescheeld of ik had het ze onbeschaamd gevraagd.
Ondertussen ging het vlot vooruit: nr 412 werd aan kassa 4 bediend.
Uiteraard waren er ook een tiental Fransen. Oogleden halfstok van het blowen, capuchons over het hoofd, luid gesticulerend, daarna met z’n zessen in een veelvuldig geblutste Renault R4 weer richting Rijsel. Het enige wat er nog aan ontbrak is een in kleurige neon uitgevoerde pijl op het dak met de tekst ‘drugtoeristen’. Ze zijn er werkelijk gemakkelijker uit te pikken dan een dwerg uit een NBA-basketbalploeg.
Een kwartier later zat ik weer in de auto, 40 euro lichter, vijf gram voortreffelijke hasj op zak. Genoeg voor pakweg twee weken alle dagen een joint of twee-drie. Bij het verlaten van de ruime betaalparking werd ik nog vriendelijk goeiedag gewenst door drie politieagenten die er ostentatief een oogje in het zeil hielden maar zich vooral leken te concentreren op het uitschrijven van parkeerbonnen. Men zou nochtans verwachten dat de politie de nummerplaten noteert van alle Vlamingen en Fransen die hier hun softdrugs kopen, om ze dan aan de grens op te vangen en te beboeten. Misschien doet de politie dat ook af en toe, maar ik werd in elk geval bij het terugrijden niet aan de kant gezet. Ik heb daar in Terneuzen ook geen enkele vorm van overlast waargenomen, maar het was dan ook middag. Misschien dat het er ‘s avonds heel wat drukker en rumoeriger toe gaat. Aan de andere kant: op weekdagen sluit de tent om 22.00u, in het weekend om middernacht.
Laten we elkaar niet verkeerd begrijpen: ik wil hier geen lans breken voor softdruggebruik. Noch wil ik coffeeshop Checkpoint Charlie in het zonnetje zetten. Ik wil wel een lans breken voor een verstandige en realistische aanpak van dit, nuja ‘probleem’. Wat is beter voor gebruikers en samenleving: een wettelijk geregelde en door de lokale overheid gecontroleerde verkoop in een goed gerunde coffeeshop zoals dat in Terneuzen gebeurt? Of louche straatdealers? Er zijn volgens mij geen prijzen te winnen met het verstrekken van het juiste antwoord.
Ik begrijp de bezorgdheid van de burgemeesters in Limburg, die zich geconfronteerd zien met de verhuis van Maastrichtse coffeeshops naar het grensgebied met Limburg. Maar als we hier eerlijk en kloekhartig over nadenken is het voor de overheid een fluitje van een cent om de verkoop van softdrugs ook in ons land te organiseren en bijgevolg: te controleren. Wie weet volstaan vijf minuten politieke moed om dit voor mekaar te krijgen. Repressie haalt immers geen fuck uit. Men kan net zo goed overspel criminaliseren. Blowen, net zoals naast de pot pissen, gebeurt elke dag, overal, door grote groepen mensen van alle leeftijden, uit alle lagen van de bevolking. (pdw)
Na mij kwam een Vlaams koppel van middelbare leeftijd binnen. C&A-kledij, enigszins bezorgde blik, duidelijk geen ervaren coffeeshop-bezoekers. Aan de man die aan de deur de volgnummers uitdeelt vroeg de vrouw wat er eigenlijk gebeurt als men op de terugweg naar België door de politie wordt tegengehouden en betrapt wordt op het bezit van softdrugs. ‘U kan maximaal 5 gram per persoon kopen, als de politie u controleert en hasj of weed in uw bezit vindt, dan zal u worden beboet en de waar zal in beslag worden genomen...’ Gerustgesteld dat het hier om een haast banale administratieve boete gaat en er dus geen Guantanamo Bay-achtige straf op het bezit van wat discutabel rookgerief staat, nam het koppel opgelucht het ‘menu’ door.
Kwamen ze iets kopen voor zichzelf, omdat ze dat ook eens willen proberen? Of voor een vriend of familielid dat een of andere nare aandoening heeft, de pijnverzachtende kwaliteiten van cannabis heeft ervaren maar er zelf niet durft of kan kopen? Of kwamen ze eens kijken waar hun kinderen hun marihuana halen? Het heeft maar een haar gescheeld of ik had het ze onbeschaamd gevraagd.
Ondertussen ging het vlot vooruit: nr 412 werd aan kassa 4 bediend.
Uiteraard waren er ook een tiental Fransen. Oogleden halfstok van het blowen, capuchons over het hoofd, luid gesticulerend, daarna met z’n zessen in een veelvuldig geblutste Renault R4 weer richting Rijsel. Het enige wat er nog aan ontbrak is een in kleurige neon uitgevoerde pijl op het dak met de tekst ‘drugtoeristen’. Ze zijn er werkelijk gemakkelijker uit te pikken dan een dwerg uit een NBA-basketbalploeg.
Een kwartier later zat ik weer in de auto, 40 euro lichter, vijf gram voortreffelijke hasj op zak. Genoeg voor pakweg twee weken alle dagen een joint of twee-drie. Bij het verlaten van de ruime betaalparking werd ik nog vriendelijk goeiedag gewenst door drie politieagenten die er ostentatief een oogje in het zeil hielden maar zich vooral leken te concentreren op het uitschrijven van parkeerbonnen. Men zou nochtans verwachten dat de politie de nummerplaten noteert van alle Vlamingen en Fransen die hier hun softdrugs kopen, om ze dan aan de grens op te vangen en te beboeten. Misschien doet de politie dat ook af en toe, maar ik werd in elk geval bij het terugrijden niet aan de kant gezet. Ik heb daar in Terneuzen ook geen enkele vorm van overlast waargenomen, maar het was dan ook middag. Misschien dat het er ‘s avonds heel wat drukker en rumoeriger toe gaat. Aan de andere kant: op weekdagen sluit de tent om 22.00u, in het weekend om middernacht.
Laten we elkaar niet verkeerd begrijpen: ik wil hier geen lans breken voor softdruggebruik. Noch wil ik coffeeshop Checkpoint Charlie in het zonnetje zetten. Ik wil wel een lans breken voor een verstandige en realistische aanpak van dit, nuja ‘probleem’. Wat is beter voor gebruikers en samenleving: een wettelijk geregelde en door de lokale overheid gecontroleerde verkoop in een goed gerunde coffeeshop zoals dat in Terneuzen gebeurt? Of louche straatdealers? Er zijn volgens mij geen prijzen te winnen met het verstrekken van het juiste antwoord.
Ik begrijp de bezorgdheid van de burgemeesters in Limburg, die zich geconfronteerd zien met de verhuis van Maastrichtse coffeeshops naar het grensgebied met Limburg. Maar als we hier eerlijk en kloekhartig over nadenken is het voor de overheid een fluitje van een cent om de verkoop van softdrugs ook in ons land te organiseren en bijgevolg: te controleren. Wie weet volstaan vijf minuten politieke moed om dit voor mekaar te krijgen. Repressie haalt immers geen fuck uit. Men kan net zo goed overspel criminaliseren. Blowen, net zoals naast de pot pissen, gebeurt elke dag, overal, door grote groepen mensen van alle leeftijden, uit alle lagen van de bevolking. (pdw)
donderdag, februari 14, 2008
Oh lordy...
(uit DS, 14/02/08)
Onlangs was Moby te gast in het panel van de immer geestige popquiz ‘Never mind The Buzzcocks’ op de BBC. Vast panellid en stand up comedian Bill Bailey, een man die het midden houdt tussen een Orc uit Lord of the Rings en de keyboardspeler van een Deep Purple tribute groep, vuurde een witz af over zijn eigen onwillige haardos. Moby, wiens kale schedel glanzender is dan een met de àllerkrachtigste Pledge opgeblonken bowlingbal, merkte op: ‘Stel, ik zit hier achter deze desk in mijn bloot gat, en jij begint te zeuren over hoe je pantalon niet echt lekker zit....’. Ik wist precies hoe Moby zich voelde. Omdat ik zelf kaal ben haal ik, zoals de meeste van mijn glimmende broeders, onverschillig de schouders op in het gezelschap van mensen die zich om kruinbedekking bekommeren. Wij hebben die besognes al lang achter ons gelaten, op ons hoofdkussen meestal. Wij hebben alle dagen een no hair day. Haar interesseert ons niet. De realiteit is: we hebben geen haar.
Zo voelen atheïsten zich de laatste tijd. Omdat ik zelf atheïst ben haal ik, zoals de meeste van mijn ongelovige broeders en zusters, onverschillig de schouders op in het gezelschap van mensen die zich om een opperwezen bekommeren. Wij hebben die fabel al lang achter ons gelaten, op de lagere school meestal. Wij hebben alle dagen een no religion day. Religie interesseert ons niet. De realiteit is: er is geen god.
Er valt dezer dagen echter onmogelijk aan religie te ontsnappen. Dat de nonsens genaamd islam steeds opdringeriger wordt baart ieder weldenkend mens zorgen. Maar ook qua Westerse godsdiensten begint het beangstigend te worden. Ik kan er echt niet met mijn verstand bij dat er, meer dan 300 jaar na de Verlichting, daadwerkelijk nood is aan een anti-creationismeproject zoals dat van filosoof Johan Braeckman. Dat er – wéér - een debat aan de gang is over theologie en wetenschap en hoe die twee in een voor beide partijen bevredigend samenspel kunnen worden betrokken hoeft op zich natuurlijk geen slechte zaak te zijn. We schijnen echter uit het oog te verliezen dat de huidige discussie absoluut geen probleem van de wetenschappers is. Nee, nee en driewerf nee: dit is enkel en alleen voor theologen een probleem. Dat ze beginnen met maar eens glashelder aan te tonen dat hun onderzoeksobject bestaat vooraleer zich met dat van een ander te bemoeien.
Ooit hoorde ik Kardinaal Danneels op televisie zeggen: ‘Een mens zonder god is als een diamant die nooit door de zon is beschenen’. Ik riep naar het scherm: hey!, de zon bestààt en kunnen we zien, Mozes!, iets wat van uw god niet kan worden gezegd, zo...Dat laatste woordje was, toegegeven, een minder geslaagde poging tot het imiteren van Zijne Kardinaalheid.
Sinds wanneer heeft de middeleeuwse gedachte, als zou alles in het universum het hobbyproject van een onzichtbaar almachtig opperwezen zijn, trouwens weer in de moderne religieuze leer post gevat? Mijn gok is: sinds iemand op het idee kwam om dit aan een letterlijke interpretatie van de bijbel onttrokken slap gelul ‘intelligent design’ te gaan noemen. Kom binnen, creationisme volgens Saatchi & Saatchi!
Mijn leraar godsdienst op het St.-Lievenscollege – een priester die Apers heette als ik me niet vergis – heeft 35 jaar geleden met geen woord over creationisme gerept. Men kan aanvoeren dat ‘Apers’ sowieso een naam is waarmee het lastig de evolutieleer ontkennen is, maar toch. Ik heb priester Apers overigens zelden of nooit strikt religieuze kwesties of dogma’s weten aansnijden in de les. Hem interesseerde vooral de christelijke moraal en hoe die een samenleving kan sturen. Ik herinner me de man dan ook als een geschikte peer, erudiet, geestig en heel verstandig. Toen hij enkele jaren later zijn spreekwoordelijke kap over de haag flikkerde was dat absoluut geen verrassing voor zijn oud-leerlingen. Dat is namelijk een logisch gevolg van verstandig zijn.
Niet erg verstandig zijn leidt dan weer tot pijnlijk onnozele opiniebijdragen als ‘Hoe effectief is het Gentse anti-creationismeproject?’ (DS, 07/02) waarin boudweg wordt gesteld dat wetenschapspopularisering het creationisme enkel aanwakkert. Overigens typisch voor een in middeleeuwse vertelsels gelovende medemens als de auteur van dit ergerlijk domme stukje – de, ahem, godsdienstfilosoof Taede A. Smedes - om een ander, zij het moderner maar evengoed verzonnen verhaal zoals dat van de Cyborgs in de televisiereeks ‘Battlestar Galactica’ aan te halen om zijn prietpraat kracht bij te zetten. Bijna heb ik een whiplash overgehouden aan het lezen van die als opiniebijdrage vermomde gulp onzin, zo heftig heb ik zitten hoofdschudden.
En wat is er in vredesnaam in Rowan Williams, de aartsbisschop van Canterbury gevaren om ervoor te pleiten dat bepaalde delen van de sharia in de Britse wetgeving zouden worden ingevoerd? De woorden ‘geworden’, ‘zot’ en ‘helemaal’ springen voor de geest en zijn door verstandige mensen vast in een steekhoudende volgorde te plaatsen. Allemaal samen met Moby: ‘Oh lordy... trouble so hard...’ (pdw)
Onlangs was Moby te gast in het panel van de immer geestige popquiz ‘Never mind The Buzzcocks’ op de BBC. Vast panellid en stand up comedian Bill Bailey, een man die het midden houdt tussen een Orc uit Lord of the Rings en de keyboardspeler van een Deep Purple tribute groep, vuurde een witz af over zijn eigen onwillige haardos. Moby, wiens kale schedel glanzender is dan een met de àllerkrachtigste Pledge opgeblonken bowlingbal, merkte op: ‘Stel, ik zit hier achter deze desk in mijn bloot gat, en jij begint te zeuren over hoe je pantalon niet echt lekker zit....’. Ik wist precies hoe Moby zich voelde. Omdat ik zelf kaal ben haal ik, zoals de meeste van mijn glimmende broeders, onverschillig de schouders op in het gezelschap van mensen die zich om kruinbedekking bekommeren. Wij hebben die besognes al lang achter ons gelaten, op ons hoofdkussen meestal. Wij hebben alle dagen een no hair day. Haar interesseert ons niet. De realiteit is: we hebben geen haar.
Zo voelen atheïsten zich de laatste tijd. Omdat ik zelf atheïst ben haal ik, zoals de meeste van mijn ongelovige broeders en zusters, onverschillig de schouders op in het gezelschap van mensen die zich om een opperwezen bekommeren. Wij hebben die fabel al lang achter ons gelaten, op de lagere school meestal. Wij hebben alle dagen een no religion day. Religie interesseert ons niet. De realiteit is: er is geen god.
Er valt dezer dagen echter onmogelijk aan religie te ontsnappen. Dat de nonsens genaamd islam steeds opdringeriger wordt baart ieder weldenkend mens zorgen. Maar ook qua Westerse godsdiensten begint het beangstigend te worden. Ik kan er echt niet met mijn verstand bij dat er, meer dan 300 jaar na de Verlichting, daadwerkelijk nood is aan een anti-creationismeproject zoals dat van filosoof Johan Braeckman. Dat er – wéér - een debat aan de gang is over theologie en wetenschap en hoe die twee in een voor beide partijen bevredigend samenspel kunnen worden betrokken hoeft op zich natuurlijk geen slechte zaak te zijn. We schijnen echter uit het oog te verliezen dat de huidige discussie absoluut geen probleem van de wetenschappers is. Nee, nee en driewerf nee: dit is enkel en alleen voor theologen een probleem. Dat ze beginnen met maar eens glashelder aan te tonen dat hun onderzoeksobject bestaat vooraleer zich met dat van een ander te bemoeien.
Ooit hoorde ik Kardinaal Danneels op televisie zeggen: ‘Een mens zonder god is als een diamant die nooit door de zon is beschenen’. Ik riep naar het scherm: hey!, de zon bestààt en kunnen we zien, Mozes!, iets wat van uw god niet kan worden gezegd, zo...Dat laatste woordje was, toegegeven, een minder geslaagde poging tot het imiteren van Zijne Kardinaalheid.
Sinds wanneer heeft de middeleeuwse gedachte, als zou alles in het universum het hobbyproject van een onzichtbaar almachtig opperwezen zijn, trouwens weer in de moderne religieuze leer post gevat? Mijn gok is: sinds iemand op het idee kwam om dit aan een letterlijke interpretatie van de bijbel onttrokken slap gelul ‘intelligent design’ te gaan noemen. Kom binnen, creationisme volgens Saatchi & Saatchi!
Mijn leraar godsdienst op het St.-Lievenscollege – een priester die Apers heette als ik me niet vergis – heeft 35 jaar geleden met geen woord over creationisme gerept. Men kan aanvoeren dat ‘Apers’ sowieso een naam is waarmee het lastig de evolutieleer ontkennen is, maar toch. Ik heb priester Apers overigens zelden of nooit strikt religieuze kwesties of dogma’s weten aansnijden in de les. Hem interesseerde vooral de christelijke moraal en hoe die een samenleving kan sturen. Ik herinner me de man dan ook als een geschikte peer, erudiet, geestig en heel verstandig. Toen hij enkele jaren later zijn spreekwoordelijke kap over de haag flikkerde was dat absoluut geen verrassing voor zijn oud-leerlingen. Dat is namelijk een logisch gevolg van verstandig zijn.
Niet erg verstandig zijn leidt dan weer tot pijnlijk onnozele opiniebijdragen als ‘Hoe effectief is het Gentse anti-creationismeproject?’ (DS, 07/02) waarin boudweg wordt gesteld dat wetenschapspopularisering het creationisme enkel aanwakkert. Overigens typisch voor een in middeleeuwse vertelsels gelovende medemens als de auteur van dit ergerlijk domme stukje – de, ahem, godsdienstfilosoof Taede A. Smedes - om een ander, zij het moderner maar evengoed verzonnen verhaal zoals dat van de Cyborgs in de televisiereeks ‘Battlestar Galactica’ aan te halen om zijn prietpraat kracht bij te zetten. Bijna heb ik een whiplash overgehouden aan het lezen van die als opiniebijdrage vermomde gulp onzin, zo heftig heb ik zitten hoofdschudden.
En wat is er in vredesnaam in Rowan Williams, de aartsbisschop van Canterbury gevaren om ervoor te pleiten dat bepaalde delen van de sharia in de Britse wetgeving zouden worden ingevoerd? De woorden ‘geworden’, ‘zot’ en ‘helemaal’ springen voor de geest en zijn door verstandige mensen vast in een steekhoudende volgorde te plaatsen. Allemaal samen met Moby: ‘Oh lordy... trouble so hard...’ (pdw)
zondag, februari 03, 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)
